08-09-10

Dinsdag 7 september 2010 - Overloon (2)


Een vermoeiende veldslag tussen veel te jonge mensen die de voorgaande jaren de oorlog hadden overleefd. Dat was de Slag om Overloon, op 30 september 1944. De grond waar we op lopen, is het toneel geweest van deze slag. Een gebied dat er nu voor mijn gevoel te vredig uitziet, is voor iedereen die er loopt een teken van de gruwelijkheden die hebben plaatsgevonden. Lugubere beelden en herdenkingsteksten lokken je richting de ingang van het verzetsmuseum. De grond waar we op lopen was 66 jaar geleden een hel, maar de gedachte dat dit maar drie weken waren van de hele oorlog, maakt me stil. De gedachte dat dit één van de vele plekken is, waar zoveel mensen hun toekomst zagen vervagen, laat me sidderen. Veel meer verhalen zijn te vinden in het Verzetsmuseum. Te veel.

Als we binnen zijn lijkt elk pamflet, elke stoel, elke tafel en elke kast zijn eigen verhaal te vertellen. Het plaatje van de verzetskranten, en de pamfletten waarop in koele taal wordt bekendgemaakt dat degene die de krant bezorgde de doodstraf heeft gekregen. Weer een leven weg. De foto’s van de concentratiekampen, de kinderen die zonder moeder de dood in werden gestuurd. Nog meer levens weg. Zelfs de kleine kacheltjes hebben een verhaal. Die vertellen ons dat alles wat men kon missen werd gebruikt om het warm te krijgen tijdens de hongerwinter. Dat mensen hun boeken verscheurden en balletjes maakten van het papier, omdat dat langer brandde dan kranten. De vrouw die het vertelt lijkt vol te zitten met verhalen die ze in deze korte tijd dat we haar spreken niet allemaal kan vertellen. “Alles in deze kamer heeft een verhaal. Ik kan de verhalen wel spannend maken, maar hoe het echt was, hoe erg het echt was, dat kan ik niet overbrengen.”

We lopen verder. Bij een kist achter glas staan we nu stil. Het blijkt een manier te zijn om iemand te martelen. De kist werd volgegoten met water, er werd iemand ingelegd en om de zoveel tijd werd de kist dichtgedaan als mensen niet wilden vertellen wat ze moesten vertellen. Wat me het meest aangrijpt, is het verhaal dat volgde. Dat er een man rondliep in het museum en flauwviel toen hij de kist zag. Toen hij bijkwam vertelde hij dat hij zich herinnerde zelf in de kist te hebben gelegen. Voor zulke mensen leeft het. Leeft de oorlog nog. Voor veel mensen van mijn generatie leeft het niet meer. De oorlog ligt in het verleden. Dat blijkt uit de reden waarom de kist achter klas staat. “Er werd in gekrast door bezoekers”, vertelt een medewerkster.

Iets dat voor velen een trauma is geweest, een onwerkelijke situatie, een gruwelijk iets, iets onbeschrijfelijks, is voor anderen een stom object waar ze naar moeten kijken tijdens een schoolreisje. Iets dat littekens gekerft heeft in de harten van vele mensen, krijgt nu littekens door harten die er niets van weten. Ik denk dat de vrouw gelijk had. Iedereen kan de verhalen spannend maken, maar hoe erg het echt was, zullen we nooit weten.

Daphne Blokhuis