28-09-10

Amersfoort (3) Het verwerken van ervaringen


Al met al komt er met deze Minor toch heel wat op ons af. We horen vele verhalen, zien vele foto’s en leven ons in in de meest vreselijke gebeurtenissen. Het zou onmenselijk zijn als je niet door deze gebeurtenissen wordt geraakt maar het blijft toch belangrijk om hier goed mee om te kunnen gaan.

Iedereen heeft zijn eigen gedachten en gevoelens bij wat we horen en zien. Zo hebben we het tijdens de film avond gehad over alle zwarte Militairen die nooit voldoende erkenning hebben gehad, en ook nooit kunnen krijgen voor het werk dat zij als geallieerden voor ons hebben gedaan. Tijdens dit verhaal moest ik denken aan het verhaal van mijn Opa toen hij voor het eerst een Neger tegen kwam zoals hij dat zei. “We waren net bevrijd en ik liep ergens op een zandweg toen ik opeens voor het eerst een Neger zag die erg in de war was door alles wat hij had meegemaakt, deze Neger schrok enorm van mij en probeerde me neer te schieten”.

Toen ik het museum van kamp Westerbork binnen liep moest ik denken aan een verhaal dat mijn Oma mij heeft verteld. Ik was al eerder op twee jarige leeftijd eens in het museum en het kamp geweest. Mijn toen drie jarige zus, opa, oma en vader en moeder waren er uiteraard ook. Mijn zus liep als de spontane meid die ze altijd al is geweest madeliefjes te plukken, en liep hiermee het museum in. Binnengekomen stond er een oude Joodse man te wachten om ons te ontvangen, en mijn zus gaf spontaan de madeliefjes aan deze man. De Joodse man barste meteen uit in tranen. Zijn eigen dochtertje was op ongeveer de zelfde leeftijd in een concentratiekamp aan haar benen tegen een muur doodgeslagen door een kampbeul, en de Joodse vader heeft dit onder dwang moeten toe zien . Later de heeft de man mij en mijn zus nog een rolletje snoep gegeven.

Met het leed van volwassen heb ik altijd redelijk goed om kunnen gaan. Maar het leed van kinderen vallen mij altijd erg zwaar. Kinderen betekenen nu eenmaal heel veel voor mij. Waarschijnlijk ben ik daarom ook docent geworden.

In Amersfoort moest ik weer denken aan een verhaal van mijn Oma.
Mijn Opa kon bijna niet praten over zijn ervaringen in de oorlog behalve met mijn Oma, en mijn Oma kan er weer redelijk goed met mij over praten. Mijn Oma vertelde mij over een keer dat zij met mijn Opa in kamp Amersfoort was. Mijn Opa zag een oude man uit een Rolls-Royce stappen waar hij later mee in gesprek kwam. Mijn Opa complimenteerde hem dat hij het kennelijk na de oorlog allemaal goed voor elkaar had gekregen. De man antwoorden hierop: “Ik ben stinkend rijk en zou nog veel rijker kunnen worden als ik dat wil, toch zou ik er al mijn geld voor over hebben om mijn mannelijkheid weer terug te krijgen”. De man was tijdens zijn verblijf in kamp Amersfoort door Kotälla op brute wijze ontdaan van zijn geslachtdelen, en had nooit een vrouw en kinderen gehad. Dan weet je gelijk weer wat echte rijkdom is. Namelijk vrijheid en naastenliefde. Dit gevoel van naastenliefde had ik zeer sterk toen ik in het kamp opeens een origineel stukje stof zag liggen met daar op een kampnummer. Voor dit stukje stof stond een klein bordje waar op stond; kampnummer van de heer Egas.

En als je nu moeite hebt met het verwerken van al de ervaringen die je op doet tijdens deze cursus zorg er dan voor dat je een uitlaatklep hebt. Wat maakt niet uit, als je je hoofd maar weer even leeg maakt.

Bastiaan Egas