28-09-10

Amersfoort (1)


Over kamp Westerbork en kamp Vught weet de gemiddelde Nederlander wel wat te vertellen. Verhalen, verschrikkelijke verhalen, persoonlijke verhalen. Bijna iedereen kan zich door deze verhalen wel een heel klein beetje voorstellen wat die kampen inhielden.

Maar wat de meeste Nederlanders niet weten is dat er nog een ander kamp was.
Een nog veel gruwelijker kamp. Amersfoort. Langzaam maar zeker komen er steeds meer verhalen over dit kamp naar buiten. Maar het lijkt net alsof Nederland dit niet aankan, want iedereen blijft wegkijken.

Het kamp is precies twintig kilometer bij mijn huis vandaan. Eigenlijk wist ik zelf ook nooit dat het er was, zij het niet dat ik er met lessen vaan parkeeroefeningen moest doen. Een smal, rustig weggetje dichtbij de, door beginnende automobilisten gevreesde, Stichtse Rotonde. Halverwege stond een bord met ‘Kamp Amersfoort’. Ik weet nog dat ik me daar over verbaasde, maar mijn rijinstructeur wist ook niet wat het was. Verder heb ik er niet meer over nagedacht… Tot gisteren.

Duizenden mannen en een aantal vrouwen zijn in dit kamp mishandeld, getreiterd, uitgehongerd en vermoord. Weinig eten en vernedering was er aan de orde van de dag. Gelijk bij aankomst moesten gevangenen al dagen achtereen in de ‘Rozentuin’ staan. Een door prikkeldraad omheinde plek, waar je doodstil moest blijven staan. Wanneer je maar een centimeter bewoog werd je in elkaar geslagen. Om het verhaal nog extra mooi te maken hadden de gevangenen vanuit de rozentuin een goed uitzicht op de appelplaats. Daar werden dagelijks mensen afgeranseld. Zo wisten de gevangenen gelijk waar ze aan toe waren.

De kampleiding was in Dachau opgeleid. Daar hadden ze alle respect voor hun medemens afgeleerd. En ‘de beul van Amersfoort’, Kotälla, was een gestoorde gek. De Nazi’s hadden hem uit een psychiatrische inrichting gehaald en hem daarna een belangrijke plek in kamp Amersfoort gegeven.

Gelukkig liepen er niet alleen maar verschrikkelijke mensen rond in het kamp. In 1943 kwam er een klein lichtpuntje het kamp binnengewandeld. Loes van Overeem. Zij werkte voor het Rode Kruis en kwam uit Vught. Daar had ze geprobeerd de gezondheid van de gevangenen te verbeteren door ze onder andere extra voedsel te verstrekken.
In Amersfoort kwam ze hetzelfde doen, maar dat was zo makkelijk nog niet. Kampcommandant Berg wilde haar niet toelaten. Maar nadat ze drie dagen op de grond op toestemming heeft liggen wachten mocht ze toch aan de slag.
Ze heeft tientallen gevangenen het leven gered en zelfs is het kamp nog een poosje in haar handen geweest toen de Duitsers voor de geallieerden vluchtten.

Je zou verwachten dat zo’n heldin gelijk geëerd zou worden, maar het tegendeel gebeurde. Men twijfelde aan haar motieven. Uiteindelijk werd er zelfs gezegd dat ze een relatie zou hebben met een hoge SD’er, waardoor ze al haar aanzien verloor…

Ik vraag me af, wat voor land zijn wij als we zo met onze helden omgaan. We mogen ons eigen landje dan wel helemaal geweldig vinden. Maar de houding die de meeste van ons aannamen na de oorlog is er echt een om je diep voor te schamen. Als we dat allemaal toch een keer over zouden mochten doen, zou er dan veel veranderen? Ik hoop het, maar ben bang van niet.

Leanne Takken