06-01-10

Dinsdag 5 januari 2009 - Shooting dogs (3)


Mijn moeder vertelde mij ooit, dat de tweede wereldoorlog een beetje aan haar voorbij was gegaan. Ze woonde in een klein dorp en het straatbeeld veranderde niet veel. Natuurlijk liepen er meer soldaten over straat, maar verder ging je gewoon naar je werk en deed je boodschappen bij de bakker en de slager. Het leven op het platte land was gemoedelijk en omdat mijn opa melkboer was, hadden ze geen honger.
De radio was in beslag genomen, kranten waren er niet meer en televisie bestond nog niet. Blijkbaar kon je in een klein dorp jaren in oorlog leven, zonder daar iets schokkends of dramatisch over mee te maken. Aan het eind van de oorlog plunderde de Nazi’s alles wat los en vast zat. Het huis van mijn opa en oma werd gevorderd en zo doende kregen ze een eenheid van de waffen SS in huis ingekwartierd. Mijn moeder kreeg haar eerste schokkende ervaring van de oorlog te verwerken, toen mijn opa in elkaar werd geslagen. Hij verzetten zich tegen de inkwartiering en kreeg de kolf van een geweer in zijn maag gestompt. De oorlog was voor het eerst fysiek aanwezig.

In deze tijd kunnen we ons haast niet voorstellen dat een oorlog grotendeels aan je voorbij gaat. De wereld was in die jaren nog enorm groot en men wist bij wijze van spreken niet eens wat er in het dorp verderop gebeurde. De nieuwsgaring was mager of vaak niet aanwezig. Je was dus vaak slecht op de hoogte wat er zich landelijk afspeelde, laat staan in de wereld. Na WOII nam de rol van de media een veel grotere rol in binnen de samenleving. Kranten schreven over wat er aan de andere kant van de wereld gebeurde en men kon zich meer op de hoogte stellen van wat er omging in de politiek. In de jaren '60 werd met de komst van de televisie, onze wereld ineens een stuk kleiner. De wereld kwam naar je toe via dat nieuwe medium. De Vietnam oorlog, werd een oorlog die bij de mensen de huiskamer binnenkwam via het nieuws op de televisie. Het werd daardoor ook wel de eerste televisieoorlog genoemd. Sindsdien is er haast geen oorlog geweest die niet via televisiebeelden werd verslagen. Er zijn natuurlijk uitzondering, want niet elke oorlog is voor de media interessant of populair om te verslaan. Soms komt de media het land niet in, zoals in de oorlog tussen Rusland en de afvallige deelrepubliek Tsjetsjenië en moeten we het doen met het eenzijdige beeldmateriaal van de Russen.

Darfur is het meest recente voorbeeld van een oorlog die weinig beelden opleverde. De rapporten van VN medewerkers en hulporganisaties waren in eerste instantie de aanzet om de focus op deze oorlog te richten. Dat er zich een humanitaire ramp zou afspelen, werd pas heel laat bekend en omdat er vrijwel geen beelden van waren, werd de etnische zuivering voor kennisgeving aangenomen.

Geen beelden, dan is er ook “geen” ramp. Maar het zijn juist de beelden van een oorlog of een ramp die ons doen besluiten of we tot actie over gaan of niet.
De winnende “World press” foto is vaak een foto van een humanitaire ramp of een oorlog die ons emotioneel aanspreekt en mensen even doet beseffen wat er aan de hand is in de wereld. Buiten wat foto’s van persfotografen en de vreemde aantekeningen van de brandhaarden op Google earth, heeft de stille moord in Darfour niet veel beelden opgeleverd. George Clooney en collega’s hadden het dan ook een stuk moeilijker om deze oorlog over het voetlicht te krijgen, dan bijvoorbeeld Sir Bob Geldwolf in de jaren 80, met zijn World Aid.

Van die humanitaire ramp in Ethiopië waren voldoende beelden. Iedere avond werden wij na het nieuws geconfronteerd met kleine hongerige baby’tjes met dikke buiken van het hongeroedeem en vliegen in de oogjes. De actie werd wereldwijd aangegrepen en men stortte miljoenen naar een van de meest vruchtbare landen van het Afrikaanse continent. Dat Ethiopië door verplichtingen, gemaakt met de westerse landen en de extreme export van voedsel naar diezelfde westerse landen, zelf niet meer te eten had, werd in het verhaal maar even niet meegenomen. Dit heb ik altijd als een van de duidelijkste voorbeelden gevonden van wat massa media met de wereldbevolking kan doen. Als het om een ramp gaat ergens anders in de wereld heb je dus véél beelden nodig om het “ver van mijn bed” gevoel te compenseren. Zie de Tsunamie van 2004 met 230.000 slachtoffers in verschillende Aziatische landen.
Een actie dichter bij huis, of een ludieke actie zoals het Glazen huis scoort beter.
Je komt in beeld, of kunt een plaatje aanvragen en je kunt jezelf een goed gevoel bezorgen om rond de kerstdagen voor die arme stakkers een muskietennet te financieren, waardoor er in Afrika minder sterfte zal plaats vinden t.g.v. Malaria.

In een ander Afrikaans land zoals Rwanda heeft zich in 1994 ook een humanitaire ramp afgespeeld. Om precies te zijn een genocide, ook al mag je dat volgens de VN zo niet definiëren. Ook een voorbeeld van een oorlog met betrekkelijk weinig beelden en dus weinig aandacht in eerste instantie van de rest van de wereld. De oorlog was ontstaan nadat Hutu extremisten in Rwanda een bloedbad aanrichtten onder de Tutsi en gematigde Hutu bevolking. Deze grootschalige moordpartij was tot, in wat nu achteraf blijkt tot in de details voorbereid.
In 1994 heerste er een grote spanning tussen de grootste bevolkingsgroep Hutu (90%) en de bevolkingsminderheid Tutsi (10%). De onvrede en het verwijt van de Hutu’s, was vooral dat de Tuti’s zich gedroegen als de elite van het land en dat de beste baantjes vaak voor de Tutsi’s waren. Via propaganda werd er haat gezaaid tegen de Tutsi’s. De Hutu’s begonnen met het in kaart brengen van waar deTutsi”s woonden, (klinkt bekend). De Tutsi’s wilde meer politieke invloed in het landelijk bestuur. De meeste Hutu’s wilde dit niet, maar President Habyarimana moest onder internationale druk de Tutsi’s meer macht geven. De spanning tussen beide groepen liep heel hoog op.Om de spanning en de vrede tussen de twee bevolkingsgroepen beheersbaar te houden had de internationale gemeenschap onder de VN vlag een “vredesmacht” In het land geïnstalleerd.

De situatie liep volledig uit de hand toen het presidentiële vliegtuig neerstorten en de Hutu’s de Tutsi’s beschuldigen van het neerschieten van het toestel.
De slachting met machetes kon beginnen!!
In tijd van een paar weken hadden de Hutu’s een ware slachting aangebracht onder de Tusi’s en de gematigde Hutu’s.Het aantal slachtoffers tijdens de genocide wordt geschat op 500.000 tot 1 miljoen doden en vele Tutsi’s zijn toen naar het naburige Kongo gevlucht, waar nog veel vluchtelinge omkwamen door uitputting, watertekort en ziektes als tyfus en cholera.

Destijds was er niet genoeg animo bij de internationale gemeenschap om hier iets aan te doen. De media merkte het nauwelijks op. De VN-troepen die er gestationeerd waren hadden slechts een mandaat om te schieten als er op ze geschoten werd, wat ze praktisch nutteloos maakte. Datzelfde type mandaat zorgde er bijvoorbeeld voor dat in 1995 de Nederlandse VN-troepen in Srebrenica niet konden voorkomen dat het Servische leger duizenden Bosnische mannen voor de ogen van de VN afvoerde en vermoordde. Ik zie nog een doodsbange commandant Karremans tegen bloedhond Mladić zeggen "I'm just the pianoplayer",don’t shoot the pianoplayer, als een soort van verontschuldiging voor de kleine weerstand die de dutchbatters tegen Mladić en zijn troepen hadden geboden. "You are a bad pianist", was het antwoord van Mladić.

In de film 'Shooting Dogs' kijken we naar het dagelijks leven op een christelijke technische school in Rwanda, geleid door priester Christopher en een jonge Oxfam medewerker genaamd Joe. De film begint met het rennen van een Tutsi meisje op de “atletiekbaan” van de school. Even later zien we dat ze met stenen wordt bekogeld en uitgescholden voor “Kakkerlak” door een stel Hutu jongens. Diezelfde avond horen Christopher en Joe schieten en horen ze via de radio dat het presidentiële vliegtuig is neergeschoten en er een opstand onder de Hutu bevolking is uitgebroken. Aan de hand van samengestelde bevolkingslijsten gaan de “interhamwe” (samen aan het werk) met hun kapmessen. Ze beginnen met het systematisch afslachten van alle Tutsi’s in het land. De blauwhelmen van de VN laten het gebeuren. Zij hebben geen mandaat om iets terug te doen, ze zijn er alleen om te observeren en niet om de vrede af te dwingen. Alleen als zij worden aangevallen dan mogen ze zich verweren. De Tutsi bevolking uit de omringende dorpen vlucht naar de omheinde school, die tevens onderdak biedt aan een, Belgische VN-eenheid onder aanvoering van commandant Delon en later komen hier nog de blanke Europeaanse vluchtelingen bij. Terwijl hele groepen dronken en uitzinnige Hutu's gewapend met kapmessen het kamp omsingelen, wordt de druk op de plaatselijke commandant Delon en zijn manschappen, maar ook voor Pater Christopher en Joe, om te evacueren steeds groter. Uiteindelijk evacueert commandant Delon en een Franse eenheid, de gevluchte blanke Europeanen in het kamp en Joe gaat ook mee. Pater Christopher besluit om te blijven en doet nog een ontsnappingspoging om de kinderen van het kamp een veilig heenkomen te bieden. Een actie waarbij hij het leven laat, maar de kinderen kunnen vluchten.

'Shooting Dogs' draait om hoe wij, als blanke, westerse mensen, naar de verschrikkingen van een land kijken dat wij niet kennen en met mensen die niet op ons lijken. Ik vind dat er in de film te weinig aandacht is voor de context van het conflict. In plaats daarvan richt de film zich op drie blanke mannen, Christopher, Joe en kapitein Delon, en hoe verschillend hun reactie is op de situatie. Commandant Delon heeft het in principe het makkelijkst. Hij hoeft slechts verantwoording af te leggen aan zijn superieuren bij de VN, hij 'volgt slechts orders' en kan zich hier ook achter verschuilen. Het einde van de film vind ik slecht gedaan en eindigt zo, om mij als kijker met een niet al te slecht gevoel naar huis te sturen. Het hoe en waarom van de slachting blijft buiten beeld, op een klein aantal verontrustende beelden na. Niet dat ik nu uit ben op een slachting in een film, maar vrijwel de hele film is vanuit het schoolcomplex gefilmd en dat komt de film ook niet ten goede. De gebeurtenissen in de rest van het land blijven daardoor helaas te abstract en maakt de film in zijn totaal te klein.

Buiten bespreken we de film nog even na. Elke dinsdag komen we met goede moed naar de HU en gaan vervolgens weer een beetje beduusd naar huis. Naar het café maar weer!

Hans van Meteren