13-01-10

Dinsdag 11 janauri 2010 - Srebrenica (1)


Gastpreker Anne mulder gaat in 1995 als dienstplichtig soldaat naar Srebrenica. Dinsdag 11 juli vielen de Bosnische- Servische troepen de enclave Srebrenica binnen. Duizenden moslim mannen vluchten de bergen in. Vrouwen kinderen en ouderen zochten veiligheid op de compound van de Nederlandse soldaten. Een dag later werden ze met bussen afgevoerd naar Tuzla. Hun mannen en zoons in de bergen werden opgepakt, afgemaakt en in massagraven gegooid. De Nederlandse soldaten vierden op 22 juli hun “bevrijding”in Zagreb. De missie was voorbij.

Voor het oog van de camera dronken ze met trotse politici en generaals een pilsje en liepen de polonaise. Een andere camera ving vier dagen eerder de woorden van minister pronk op: “er zijn duizenden mensen vermoord, het is genocide die plaatsvindt”. ( nova, 18 juli 1995.) Achting voor Dutchbat veranderde in minachting. Van helden werden ze lafbekken. Meedogenloos. Maar hoe moeilijk was hun taak? Waar waren ze bang voor? Was hun opdracht wel uitvoerbaar?
Wat is de geschiedenis: Servische leider Milosevic zette de toon door angst te kweken. Bosnische moslims en Kroaten waren uit op hun banen en hun bestaanszekerheid.

Terugblikkend is het niet de geschiedenis die zich herhaalt maar de mens!

In '92 ontstaat officieel de oorlog en is de inzet een eigen land voor elke bevolkingsgroep, het landje pikken begint. Met andere woorden de reden om te moorden begint. De vredestroepen gaan in 1992 zogenaamde safe area”s creëren. Men creëerde valse veiligheid en nieuwe ellende. Srebrenica safe area. Onduidelijke en niet geformuleerd wat dit inhoudt. Eerst zijn de Canadezen er geweest, met een blauwe baret. Hun zwaarste bewapening een punt50. Niet in staat om tanks of voertuigen te doorboren, onvoldoende verdediging voor zichzelf. In juni 1993 is de VN op zoek naar landen die troepen willen leveren ter bescherming. Geen enkele regering wilde troepen leveren. De Canadezen wilde weg met argumenten als te geïsoleerd, te zeer bedreigd, te groot aantal vluchtelingen en te licht bewapend. Nederland word benaderd . Ter beek wilde vooral een antwoord op Eén vraag. Hij vroeg zijn generaals hoe groot het risico was voor de uit te zenden manschappen.

VERWAARLOOSBAAR was het antwoord. Dutchbat 1 ging in 94 als een lichtbewapende infanterie op vredesmissie. In het verhaal van Anne mulder; “wij als keurige jongens, studenten, jong, Nederlands komen daar tegenover grote mannen, krijgers waarvan je de strijd kon ruiken, te staan, ook kijkend naar hun geschiedenis“. Anne vertelt emotioneel en heeft ieders aandacht door zijn verhaal. Hij wordt emotioneel bij de aanblik van de foto van de vluchtelingen. Maar vooral bij de foto waar de pers buiten de gevangenis staat. Hier is de Bosnische- Servische leider Karadzic gevangene en wordt voorgeleid bij het Joegoslavië tribunaal. Eindelijk gerechtigheid. Anne krijgt tranen in zijn ogen en heeft moeite om te praten. Na een paar slokken water vertelt hij nog waarom deze, voor hem zo emotionele foto, er toch bij hoort. In zijn persoonlijke verhaal hoor je de machteloosheid en de doodsangst die hij ervaren heeft. En met hem vele andere jongens en manschappen.

Ik heb enkele verhalen gelezen uit het boek herinneringen aan Srebrenica, 171 soldatengesprekken. Van Hendrina Praamsma, nova journalist. In deze verhalen lees je dat het inderdaad een oorlog was van no good guys en no bad guys. De frustratie, de machteloosheid, voor wie ben je daar gekomen? Wat of wie bescherm je tegen wie of wat. En vooral welke mandaat, welke mogelijkheden zijn er om echt mensen te beschermen. ik wil toch enkele korte stukje nog aanhalen uit dit boek: sergeant 29 jaar. “ik ging niet naar Srebrenica vanuit het idealisme de wereld te verbeteren. Ik ging voor de militaire ervaring en met de taak de moslims in de enclave te beschermen. Aan die taak ging ik twijfelen toen ik zag dat honderd mannen gewapend door het dorp trokken en achter de bergen verdwenen. Bij terugkomst pochten ze dat ze in omliggende dorpen Serven hadden vermoord, kelen hadden doorgesneden”. Sergeant 1. 31 jaar. “ik praat niet over moslims, maar over Bosniacs. Het was geen godsdienstoorlog, we noemen de Serven ook geen orthodox- katholieken. De Bosniacs waren heel blij met onze aanwezigheid. Ze konden zich mooi achter ons verschuilen. Dat hadden we al snel door. Er was een locatie in het zuiden waar ze ‘s nachts de enclave verlieten om in Servisch gebied te moorden en te branden. Vervolgens keerden ze weer terug achter het schild van de VN. En dan een lange neus trekken naar de vijand”. (Bron: herinneringen aan Srebrenica. Hendrina Praamsma. )

In de gang spreek ik Anne nog even aan. Ik vertel hem van het boek, hij staat er ook in. Blz. 222. en vraag nog naar de verhalen van de moslims die zij beschermden, dat zij in de nacht de omliggende dorpen in trokken om daar te moorden. Hij zegt; Ja er was een plek waar ze de grens over konden, dit werd vermeld als zijnde dat zij op zoek gingen naar eten. Hij herhaalt nogmaals de uitspraak van Karremans, no good guys no bad guys. Ik denk dat een mens dat in een oorlog situatie is een bad guy wordt !

Een oorlog maakt van een good guy een bad guy.

Marion van Laar