02-12-09

23 - 28 november 2009 Bergen Belsen - Buchenwald dag 4


Vanmorgen om 7.00 opgestaan en direct gaan douchen. Ik doe alles op de automatische piloot en scheer en poets mijn tanden in No time. Wat ga ik lekker deze ochtend? Het lijkt wel of ik de hele wereld aan kan. Dat is trouwens bij het ontbijt al over, ik zit, eet en wil eigenlijk niet meer van mijn stoel af. Na het ontbijt loop ik onze moppersmurf Martijn tegen het lijf .
Hij heeft altijd moeite met de ochtend, sterker nog hij háát de ochtend. Deze ochtend zie ik ook pas hoe de omgeving eruit ziet, want gisteravond was het hier hartstikke donker. Het is koud en er staat een gure wind die dwars over het kamp heen blaast. Gelukkig schijnt het zonnetje, zodat we ons een beetje kunnen warmen als we uit de wind staan.

Vandaag krijgen we een rondleiding over het concentratiekamp Buchenwald door Dhr. Roland Koch, maar niet voordat we eerst een introductie film hebben gezien over de historie van dit kamp. Het is een nogal confronterende film qua beelden en de aanvullende ooggetuigen interviews, maken de film tot een compleet verhaal over wat zich hier ooit op deze berg heeft afgespeeld.

De historie van deze berg gaat al terug tot de periode (1872), toen Goethe hier graag rondliep in het toen nog park Ettersberg. Op de heuvels rond de stad Weimar zou hij gewerkt hebben onder zijn favoriete eik, ( Als locatie terug te vinden op het kamp zelf.). Op diezelfde Ettersberg richtten de nazi's het concentratiekamp Buchenwald op. K.L.Ettersberg, heette het in eerste instantie, maar toen er sprake was van de oprichting van een kamp op de Ettersberg, kwam er protest. Geen protest tegen de bouw en de bedoeling van het kamp, maar tegen de naamgeving naar de plaats, wat toen heel gebruikelijk was. De Ettersberg werd teveel geassocieerd met het erfgoed van Goethe en de stad Weimar, dus wilde men een andere naam.

Dhr. Koch wacht ons op bij het informatie centrum en loopt met ons richting het concentratiekamp. We stoppen voor enige uitleg over wat voor kamp het was en wie hier verbleven. Dhr. Koch vertelt dat dit kamp in1937 is opgericht en er waren toen al ongeveer 1.000 gevangenen. Vooral politieke tegenstanders van het naziregime: communisten en anderen, maar ook veroordeelde criminelen, 'asociale', joden, homoseksuelen. Eind maart 1945 waren het er meer dan 80.000. In totaal verbleven er 250.000 gevangenen, onder wie 5.745 Belgen en 2.818 Nederlanders. 50.000 gevangenen vonden er de dood, maar dat is een schatting. Ik loop over de Carachoweg wat in het Spaans zoiets betekent als herrie met snelheid. De gevangenen moesten over deze weg rennen en werden toegeschreeuwd door de SS en achterna gezeten met honden. Als je viel was je ten dode opgeschreven. Als je geluk had werd je neergeschoten, maar vaak werd je doodgeschopt. Ik krijg “ the Creeps” van deze plek en zie het zo voor me. Van de Carachoweg zijn het tankstation, garages en de resten van het hoofdkwartier nog zichtbaar. De wind gaat harder blazen en we gaan steeds dichter bij elkaar staan als een stel pinguïns op de Zuidpool. Dan lopen we naar het poortgebouw met de klok op kwart over drie, de tijd dat het kamp bevrijd werd door Generaal Patton en zijn manschappen. We gaan eerst naar het gevangenisgedeelte ( Bunker.) genoemd, die hier is ondergebracht. Wie daarin terecht kwam, was overgeleverd aan de willekeur van SS-Hauptscharführer Martin Sommer. Hij heeft persoonlijk tientallen gevangenen vermoord. Ik maak foto’s van origami gevouwen kraanvogels die in een van de cellen ligt. Kraanvogels staan in de Japanse cultuur voor vrede en zie je in Hiroshima op het plein van de vrede met honderdduizenden tegelijk aan grote trossen hangen. Waarschijnlijk hebben een aantal Japanse toeristen hier de vogeltjes neergelegd. Later in het crematorium zie ik ze nog een keer terug, maar nu in een tros zoals in Japan zelf. Na de bunker gaan we naar een ruimte aan de andere kant van het poortgebouw. Daar laat Dhr. Koch ons een maquette van het hele complex zien en legt uit wat waar lag en hoe het kamp was ingedeeld. Hij heeft ook een verhaal over een man die ik direct in mijn hart heb gesloten. Hij heeft Buchenwald jammerlijk genoeg niet overleefd. Het gaat om Walter Cremer en hij heeft tijdens zijn verblijf in het kamp al zijn overlevings strategieën aangesproken om in leven te blijven. Walter was van beroep een soort “mechaniker“ Machine bankwerker. Toen er in Buchenwald geen arts in het concentratiekamp hospitaaltje aanwezig was, heeft hij zich voor gedaan als arts en heeft hij daar het hospitaal gerund. Deze “doctor bibber”, is op een gegeven moment zelfs kleine operaties gaan uitvoeren. Het mooiste moet nog komen. Lagerkommandant Karl Otto Koch had syfilis en ging niet naar de regulieren artsen van het SS kamp, maar naar het hospitaaltje van Walter Cremer op het concentratie kamp. Natuurlijk deed hij dit uit schaamte en omdat je syfilis vaak oploopt als je buiten de deur “consumeert”, zal ik maar zeggen.

We lopen door de poort met de tekst “Jedem das Seine”, wat zoiets betekent als, iedereen krijgt wat hij verdient. Een tekst speciaal ontworpen in de bauhaus stijl en zo geplaats in het hekwerk, dat alleen de gevangene in het kamp de tekst van binnenuit konden lezen. “Sick bastards”, hoe kun je zoiets sadistisch bedenken. De nazi’s hadden blijkbaar overal een plan voor. Lebensraum, Konsentrationslagers, Endleusung, maar dat het zelfs op het niveau van een klein detail als een tekst in een hek ging, gaat mijn pet te boven. We lopen over de voormalige appélplaats en kijken uit over een weidse naar beneden aflopende vlakte. In de verte zie je kleine gehuchten liggen in een glooiend landschap en veel windmolens.
De baraken zijn ook in dit kamp weggehaald, maar hier voel ik de naargeestigheid van de plek veel beter als in “Belsen”. Misschien omdat er nog wel wat gebouwen staan en omdat het hekwerk er nog is. Of omdat het zo desolaat eruit ziet. We lopen met Dhr. Koch naar een gedenkplaat van RvS met daarop alle namen van de landen waar alle gevangenen vandaan kwamen. Dhr. Koch vraagt aan ons om het midden van de plaat te voelen. Hij voelt warm aan en is precies 37oC . Dit staat symbool voor wat ons allemaal bind, namelijk dezelfde lichaamstemperatuur. Toen Joegoslavië in ‘95 uit elkaar viel hebben ze zich hier wel de moeite getroost om deze plaat te veranderen voor de Kroaten, Bosniërs, Serviërs en Montenegrijnen. Organisatie van Bergen-Belsen, leer hier van!

We staan hier nog voller in de wind dan buiten het kamp en ik heb het koud ondanks een dikke trui en jas. Ik probeer mij voor te stellen hoe ze hier in niet meer dan een gestreepte pyjama liepen. Ze moeten hier met bosjes tegelijk zijn omgekomen. In de winter van de kou en in de zomer van de hitte, deze berg was een killing field. Na de gedenkplaat, gaan we nog naar het crematorium en de lijken kelder, “met Lift” .
De plaats met de nagebouwde medische ruimte in de paardenstal, maakte indruk en geeft maar weer aan hoe berekenend en moordzuchtig de Nazi’s waren. Vanaf oktober 1941 begonnen de SS’ers met een systematische uitroeiing van Sovjetkrijgsgevangenen. Een oude paardenstal werd omgebouwd tot een soort moordfabriek. In een ruimte die als “medisch bureau” diende, werden de Sovjets onderzocht door als dokters vermomde SS’ers. Daarbij moesten ze plaatsnemen onder een meetlat. Er bevond zich een gaatje in de wand ongeveer ter hoogte van de nek, waardoor de onwetende krijgsgevangenen werden doodgeschoten. Tegelijkertijd stond er een radio zo luid te spelen dat de andere Sovjets, hun beurt in een aangrenzend vertrek afwachten en niet wisten wat er ging gebeuren. Op die manier werden 8.483 Sovjets door SS-Kommando 99 doodgeschoten. (massamoord van de eerste orde). Misschien wel het meest gruwelijke gebeurde in het pathologisch blok, de plaats waar de lijken werden geplunderd voor ze naar het crematorium gingen. Alles wat ook maar enigszins van waarde was (bijvoorbeeld gouden tanden), werd weggenomen. Dit gebeurde in alle kampen. In Buchenwald werd ook de huid van getatoeëerde gevangene afgestroopt en gelooid. Van die huiden werden zaken als, boekenkaften, handtassen en muurdecoraties gemaakt. Ilse Koch “de heks van Buchenwald” en echtgenote van SS Lagerkommandant Karl Otto Koch, was groot afnemer van deze huiden.

’s Middags na de lunch gaan we in groepjes uit elkaar en op zoek naar de verschillende locaties of thema’s die Daniël ons heeft uitgereikt. Ik ga samen met Rik, Johan en Wim naar de steengroeve. Het is even zoeken maar daar aangekomen zien we een immense afgraving. De halve berg is aan deze zijde afgegraven. Wat ons ook opvalt, is hoe mooi het hier is. We kijken over heel Thüringen uit, met een mooi glooiend landschap. We kunnen de schoonheid van deze berg niet rijmen met het geen hier gebeurd is. Hier zijn in verhouding, na de executies van de Sovjets, de meeste slachtoffers van het kamp gevallen. De fysieke arbeid was enorm zwaar en werd vaak door mensen uitgevoerd die dit helemaal niet gewend waren.
De notarissen, ambtenaren, boekhouders en hoog opgeleiden werden hier vaak expres voor geselecteerd. Te werk worden gesteld in de steengroeve, stond vrijwel gelijk aan een doodvonnis. Er staan nog restanten van karretjes waar de stenen in zijn vervoerd. We lopen de afgraving in en bemerken hoe stijl het hier afloopt. Dan te bedenken dat ze hier zwak, ziek en hongerig enorme zware karren tegen deze steile helling moesten optrekken.

Terug naar boven kijken we nog een keer om en zien een naderende bui aankomen met donkere wolken. Opeens breken de wolken en er valt zonlicht doorheen. We zien het en worden er stil van, wat is dit mooi! Er ontstaat een soort lichtkrans door de wolken heen. Mijn oudste dochter zou gezegd hebben “kijk pap, God is met zijn zaklantaarn aan het spelen”. We nemen gauw een paar foto’s van dit Kodak moment. Na de maaltijd evalueren we de opdracht en vertelt iedereen wat ze gezien of gevonden hebben over hun onderwerp. Daarna zijn we er weer even helemaal klaar mee en is het tijd om bier te halen in Weimar. Ook vanavond wordt gezellig en laat in de “Grupperaum“.( Lelijk woord trouwens).

Hans van Meteren