04-12-09

23 - 28 november 2009 Bergen Belsen Buchenwald woensdag / zaterdag

woensdag 25 november
We vertrekken na de presentaties vanuit Bergen Belsen naar Buchenwald. De halve dag zitten we (Door omstandigheden.)in de bus.
In het donker komen wij aan bij Buchenwald. Daar gaan wij slapen in een voormalige SS kazerne. De gids die ons zou begeleiden tijdens deze dagen, blijkt ziek te zijn. Wij krijgen een andere gids. Daniel Gaede.

Deze man maakt meteen diepe indruk, zijn ingetogenheid, een voorzichtig voorkomen, een spirituele en diepzinnige man. Soms, heel soms, ontmoet je mensen die groots zijn, de impressie, de zaadjes, sporen, die zij bij je neerleggen.
Later sta ik buiten in het donker te kijken of ik het kampterrein kan zien. Het ligt op 200 m afstand. Ik kan niets zien.

Donderdag 26 november.
Wij gaan na het ontbijt en een film naar het kampterrein. De heer Koch gaat ons kort begeleiden over het kamp. Het kamp is al sinds 1937 in gebruik door de nazi s. hier werden de politieke tegenstanders van Hitler gebracht, ook de criminelen. In 1938 tijdens de kristalnacht, het begin van het einde van de Duitse joden, werden er in totaal 30.000 joden opgepakt. In Buchenwald werden toen tussen de 7000 en 9000 joodse mannen gebracht. Hiervan zijn er, ongeveer 250 vermoord,en de anderen mannen werden verplicht een papier te ondertekenen dat zij Duitsland zouden verlaten. Deze mannen werden toen nog vrijgelaten. Wij komen aan bij de Caroche weg. Caroche betekent zoiets als snel. De heer Koch verteld dat de gevangenen een weg moesten aanleggen, die wordt de blutstrasse, (bloedstraat) genoemd. Zodra ze aankwamen bij de Caroche weg mochten ze het laatste stukje hardlopen. Rennend het kamp in. Zo zijn er ooit 15 kinderen aangekomen. Aangezien buchenwald een werkkamp was, waren er weinig, tot geen kinderen welkom. De nazi s zouden even hebben nagedacht over deze kinderen, tja wat moeten wij hier met kinderen. Zij werden allen gedwongen te rennen over de Caroche weg. Alle 15 kinderen zijn toen neergeschoten. Een joods kind is een jood en word later een jood. Ondanks dat het een werkkamp was, waren er ten tijde van de bevrijding toch 900 kinderen in het kamp. Bij de poort staan wij te kijken naar de beroemde tekst; jedem das Seine, ieders het zijne. IJzingwekkend naar.
Dan ervaar ik respect, de klok boven op de poort staat op 15.15 u het tijdstip dat Patton arriveert en het kamp officieel is bevrijd van de onderdrukkers. Ik vind het geweldig dat Patton hier is geweest. Een groot generaal. We bekijken de cellen, nu zijn het gedenkcellen voor de hier vermoorde gedetineerden. Met moeite neem ik foto s.
Dan gaan we de poort door, eenmaal aan de andere kant van het hek, ervaar je meteen verslagenheid. Een onbebouwd en grauw beeld. Stenen, geen gras. Stenen. Duistere zwarte stenen in de vorm van grote rechthoeken, markeren de plekken van de vele barakken. Hier is het koud. De wind uit het oosten is ijzig. Een gedenk tegel aan de vele nationaliteiten die hier gebracht zijn, is altijd 37 graden in het midden. Onze vingers raken de tegel aan. Het is magnifiek, en veel lastiger om kapot te maken door mensen die dit zouden willen.
Dit gebeurt vaker. Dat is betreurenswaardig, dat de generaties van nu het nodig vinden om de behoefte te gedenken stuk te maken. Het zijn maar stenen of beelden, maar toch.
We lopen naar het crematorium. Voormalige pathologische afdeling. Hier denk ik te iets te herkennen. De beelden die wij vorige week hebben gezien. De bevrijding van het kamp. Generaal Patton wil de bevolking van Weimar laten zien, wat hier wezenlijk plaats heeft gevonden. De vele op een omvangrijke stapel lijken bij een schuurtje, burgers moeten hier naar binnen lopen en komen onpasselijk naar buiten. Ik herken het schuurtje. Het beeld van nu, en het beeld van toen. Dit is toch dat schuurtje? Ernaast staat het crematorium. Ik loop even naar binnen,ik zie de verbrandingsinstallatie van de Erfurtse firma Topf und Sohne, mijn zintuigen bedriegen mij aannemelijk, een geconcentreerde geur van afgebrand, van bergen as. Ik loop meteen weer naar buiten. De tranen in mijn ogen. Het is even teveel. Snel loop ik naar Paul, afleiding. Hij doet een poging, begrijpt wat ik. Joelle met Brieke, zij praten even over andere dingen. Ik wil niet mijn tranen laten lopen maar controle hebben. Later als ik Richard vraag, die wel in het crematorium blijven kan, rook jij dat ook? Nee. Hoe onbetrouwbaar.

In de middag met een opdracht op pad en later delen. Ik vind het educatieve programma goed in elkaar zitten, de verhalen en informatie afgewisseld met onderzoek doen , gaat zowel in de breedte als in de diepte.

Vrijdag 27 november.
We wandelen met Daniël vandaag hij brengt ons naar het kamp na 45-50. We bekijken een tentoonstelling over de geschiedenis van het sovjet internering kamp. Er wordt hier met ingetogenheid mee om gegaan. Achteraf in het kamp. Op de plek van de anonieme massagraven staan nu stalen grafzuilen,tussen de bomen. Het komt natuurlijk over. Het zonnetje schijnt. We wandelen weer verder. Op besluit van de DDR werd in 1954 al begonnen met de inrichting van een gedenkplaats. Tot 1958 ontstond aan de andere kant van de Ettersberg, op de plaats van de in 1949 opgeblazen Bismarck toren, een groot nationaal monument, dat drie massagraven omvatte. In natuurlijke bodeminzinkingen heeft de SS in maart en april 1945 ongeveer 3000 doden begraven. Drie graftrechters zijn in de vorm van ringgraven in het concept opgenomen. De klokkentoren aan het einde is in heel de omgeving te zien.

Dan krijgen wij de opdracht om kort op te schrijven hoe wij herinneren, wat willen wij herinneren. Naast het woord indrukwekkend, wat vertel je, hoe leg je uit aan iemand hetgeen je hier ervaren hebt, samen drie dagen in Buchenwald.

De woorden van Daniel. “The most important thing is to spread around, do you want to know how it was for me, or do you really want to know?”
Het is niet op te schrijven, ik kan het niet en het is zeker niet te vertellen in een of twee woorden. Gelukkig maar dat wij allen tijdens ons laatste gesprek met Daniël emotioneel waren, de mannen en de vrouwen, de tranen die prikken in onze ogen. Gelukkig maar zijn wij zo menselijk. Persoonlijk, als ik weer thuis ben.

Ik merk dat er iets is verandert. Mijn kijk op mensen, op het leven. Ik kan niet omschrijven wat het is. Maar ik hoop dat ik dit gevoel niet vergeet. De dagelijkse werkzaamheden, met op de achtergrond het nadenken. Het is goed geweest. Bewust en tevreden kijk ik terug. En wil blijven herinneren. Ik kan niet omschrijven wat het is dat verandert is voor mij.

Dat komt nog wel.

Marion van Laar