04-12-09

23 - 28 november 2009 Bergen Belsen Buchenwald dag 5


We komen maar moeilijk op gang deze morgen en we zitten dan ook later aan het ontbijt. Deze ochtend neemt Daniël ons mee naar het achterste gedeelte van het kamp, langs de pathologische ruimte inclusief de betegelde snijtafel. We zijn op weg naar de laatste geschiedenis feiten van dit kamp, namelijk de tijd dat Buchenwald door de Sovjets als interneringskamp werd gebruikt,45’50 . Vele NSADP leden of mensen die de nazi’s hand en spandiensten hadden verleend, kwamen hier terecht. Net als bij de nazi’s werden er heel wat mensen willekeurig gearresteerd. In totaal hebben er na de oorlog zo’n 28.000 mensen opgesloten gezeten. Meer dan 7.000 onder hen hebben het niet overleefd. Zij liggen ten noorden van het kamp begraven op de zogenaamde Dodenakkers tussen de bomen.
Xanne en ik vragen ons in eerste instantie af waar de stalen zuilen voor staan, maar we krijgen ons antwoord al snel. Ze staan voor de anonieme massagraven die samen het kerkhof vormen in dit gedeelte van het kamp. We blijven hier een tijdje bij stil staan en Daniël vertelt het verhaal van een dochter die haar vader wilde eren, maar ook in de tekst vermeldde dat ze had gewenst dat haar vader andere keuzes had gemaakt onder het nazi tijdperk. We lopen naar het gebouw met de expositie over de periode dat dit kamp een Sovjet interneringskamp was. We zien veel spullen in de vitrines liggen van deze perioden en Russische propaganda posters en persoonlijke voorwerpen. Ik heb het in dit gebouw net als de andere behoorlijk warm en door de afwisseling van de kou buiten en de warmte hier binnen, word ik slaperig en sloom. Ik zie Johan buiten lekker in het zonnetje staan en besluit ook lekker naar buiten te gaan. Als iedereen naar buiten is gelopen, gaan we samen met Daniël naar het Buchenwald monument. Het is ongeveer drie kilometer buiten het kamp en de route daar naar toe loopt over de voormalige Bloedstraat, aangelegd door de gevangenen en het voormalige station van Buchenwald waar vanaf maart 1943 duizenden gevangenen aankwamen. Ik loop met Xanne en Jessica achter de groep aan en we praten wat “small talk”, omdat we even geen zin hebben in diepgaande gesprekken over wat we hier mee maken. Ik neem een foto van de meiden en we lopen verder naar het monument. Aan de rand van de berg hebben we weer een fantastisch uitzicht over het dal en de stad Weimar. We lopen de enorme trappen af. In de verte zien we het “Mahnmal” met de enorme klokkentoren. Als ik zo in de verte kijk, dwalen mijn gedachten af naar mijn meiden thuis en hoe erg ik ze ineens mis. Ik heb Joy Division op mijn I pod staan en dat moet ik ook niet doen, want muziek triggerd vaak emoties die je op dat moment even niet kunt gebruiken. Op de Straat der Naties zie ik enorme kolommen met de vermelding van de nationaliteiten van de mensen die in het kamp zijn omgekomen. Boven op deze kolommen staan enorme vuurschalen. Ik spreek Daniël en zeg hem dat ik deze architectuur erg vind lijken op de gebouwen en beelden die ik in de film “Triumph des Willens” van Lenie Riefenstahl heb gezien. De grote vuurschalen en kolommen op een enorm plein in Neurenberg, komen ook in deze film voor. Daniël geeft aan dat de Nazi’s en de Sovjets wat betreft het bouwen van groteske gebouwen veel overeenkomsten hadden. Je bouwt iets heel groot en uit keihard graniet, zodat het over duizend jaar nog staat. Het gedenkteken is in 1958 onder het communistische regime van de Oost-Duitse partij gebouwd. Voor de communisten was het vooral een monument ter ere van het ‘antifascistische verzet’ tegen het nationaal socialisme. Na de val van de muur in 1989 hebben ze meer de aandacht gelegd op de nagedachtenis van alle slachtoffers die in het kamp om het leven zijn gebracht. Het totale monument bestaat dus uit het “Mahnmal” met de enorme klokkentoren.(65 meter hoog.), een beeldengroep, drie grafcirckels waar de SS in 1945 drieduizend doden hebben begraven en de straat der naties. We lopen verder de trappen weer op en bovenaan de trap staat de beeldengroep. Niels en Xanne gaan voor deze beeldengroep staan en imiteren een van de beelden, die Paul vervolgens digitaal vastlegt. Daarna lopen we door naar de toren en veel van onze groep lopen al de trappen op, om eenmaal boven aangekomen enigszins teleurgesteld terug te keren.Je kunt boven namelijk niet naar buiten en je moet dus een foto maken door een vies raampje. Ik merk dat ik boven toch wat last krijg van hoogtevrees. Ik heb er nog nooit last van gehad, maar in de toren vanaf het balkon heb ik toch wat moeite om zo in de diepte te kijken.

Je wordt ouder papa, geef het maar toe!. Als we terug lopen naar het kamp heeft iedereen een klein groepje gevormd en ik heb een goed gesprek met Paul. We gaan lunchen en daarna nog een laatste plenaire bijeenkomst met een evaluatie opdracht. De opdracht, maak op papier duidelijk wat deze plek met je heeft gedaan. Ik schrijf verschillende punten op en neem ze weer mee terug naar het lokaal. We zitten met z’n alle in een kring en Daniël gaat de kring af. Als hij bij mij is voel ik een hete keel en een brok in mijn keel. Ik zeg met moeite dat ik veel heb meegemaakt deze paar dagen, maar dat Buchenwald mij het meest heeft doen beseffen, is dat ik toch maar een gelukkige gozer ben. Ik heb een fantastische vrouw en twee prachtige dochters. Ik ben ze hier gaan missen en gaan beseffen dat ik veel teveel dingen als vanzelfsprekend aanneem. Hier, waar hele families uit elkaar zijn gerukt en waar velen hun geliefde nooit meer terug zagen, juist hier doet je beseffen hoe belangrijk het is dat er iemand van je houdt en dat je onderdeel uitmaakt van een gezin of familie. De koude kilheid en de beladen geschiedenis van deze plek doen je verlangen naar een plek waar het warm en liefdevol is. Daniël gaat verder en voor een van ons wordt het weer eventjes teveel. Ik voel mij geroepen om haar te troosten en loop even met haar mee om naar haar verhaal te luisteren. Het gaat niet altijd om wat je zegt, maar wat je deelt, is een gezegde dat vaak opgaat als iemand er even doorheen zit. De les is daarna gauw afgelopen en we gaan vanmiddag naar Weimar om te shoppen en om onze gedachten even te verzetten. Genoeg ellende gezien en gehoord nu is even tijd voor wat leuke dingen. We rijden naar Weimar en stappen uit bij het Atrium. Mees, onze chauffeur zal daar om acht uur weer wegrijden en dus lopen we in groepjes de stad in. Iedereen gaat zijn eigen gang en loopt over de kerstmarkt. Ik ga een parfumerie zaak binnen om parfum voor Esther (Mijn vrouw.) te kopen en vraag of ze even op mij willen wachten. Als ik na een paar minuten weer buiten kom, is iedereen vertrokken en loop ik alleen over de kerstmarkt. Later kom ik Marion en Johan tegen en ik loop een eindje met ze op. Vervolgens gaan we een winkel binnen met fossielen en ander natuurgesteente, op zoek naar een apart cadeautje voor Johan’s zoon. De eigenares van de zaak gaat enorm tegen Marion te keer en schreeuwt dat ze niks moet aanraken met haar handschoenen. Ik raak als door een wesp gestoken gelijk helemaal over de rooien, maar ik kan mij nog net in houden tegen de Ilse van deze tijd. Foute gedachten, maar de toon en het Duits, doen mij bijna reageren als, “ Zie je wel het zit gewoon in dit volk”. Ik besluit mijn korte lontje te doven en loop de zaak uit. Schreeuwen tegen Marion?, ben je nou helemaal besodemietert . Marion is een van de zachtaardigste mensen die ik ken en dan gaat zo’n kenau uit het niets tegen haar schreeuwen. Ik loop de winkel uit en loop maar een eindje verder over de kerstmarkt waar ik Paul tegenkom, ook alleen. Hij is de groep ook kwijtgeraakt en besluit Jan te bellen. Waar hang je uit? Uiteindelijk komen er een paar van ons bij elkaar en we besluiten om maar terug naar het Atrium te lopen.

De stad is dan wel cultuur hoofdstad van Europa geweest, maar ons valt het een beetje tegen. In het troosteloze winkelcentrum lopen we nog wat rond en doen onze laatste inkomen. Daarna eten we in het restaurant van de bowlingbaan “ off all places” en bestel ik maar een HamburgerXXL met friet om het cliché compleet te maken.. Ik ben niet in Duitsland, maar ik zit in een Fu*#”k*ng shopping mall in the States.
Ik had mij deze avond anders voorgesteld, en ik ben er wederom helemaal klaar mee. Ik wil naar huis, naar mijn meiden. Als ik later Jessica en Xanne tegenkom in een winkel, hoor ik dat zij wel een leuk eettentje hebben gevonden en dat het hartstikke gezellig was.( Jaloers!)Terug op het kamp, ga ik op mijn kamer zitten en baal van hoe deze avond eindigt. Als ik dit later met de andere bespreek, blijkt dat iedereen de avond een beetje als teleurstellend heeft ervaren. De meeste van ons waren in de veronderstelling dat we de avond gezamenlijk zouden afsluiten. De groep valt weer uiteen in de groepjes waarmee ze vertrouwd waren. En waar ik dacht dat we elkaar wat beter hadden leren kennen, blijkt op deze avond alles weer een beetje in oude patronen te vervallen en uit elkaar te vallen. Als ik dit tegen Joelle, Xanne en Jessica vertel, vinden ze dit ook wel een beetje en gaan als vrouwen gelijk aan de slag. Waar ik als man ga zitten mokken, gaan de meiden direct reparen.
Zo kan de avond toch niet aflopen? Iedereen wordt van zijn kamer getrommeld en we gaan met z’n allen in het voorportaal van het gebouw zitten. Het gewenste effect heeft het echter niet, want de groep is te groot, waardoor het meer een kringgesprek wordt, waarin niemand durft te spreken. Uiteindelijk neemt Sergej het initiatief en begint een mop met een hééél lang voorspel. Iedereen moet heel erg om zijn mop lachen, maar daarna stort de sfeer een beetje in. Een aantal van de groepsleden voelen aan dat het tijd is om naar bed te gaan. Ik zelf, Richard, Jessica, Xanne, Alfer, Carlijn, Marion, Joelle, Niels en Dhr. Strasky zijn uiteindelijk de "Die Hards" die opblijven, maar we gaan er morgen vast last van hebben. Om 03.45 uur lig ik uiteindelijk in bed. Richard start de houtzagerij en ik moet snel mijn oordoppen indoen. Eerst doe ik nog mijn I pod in en luister naar It’s My Life, van Talk Talk. Later hoor ik van Richard dat ik in slaap was gevallen en ook heel ligt schijn te snurken. Ik val in een diepe slaap en droom heel vreemd. Als ik wakker wordt, moet ik direct naar het toilet, want de zes halve liters staan nogal gespannen op de blaas. Morgen naar huis met ambivalente gevoelens. Ik mis mijn gezin, maar ik ga deze groep ook heel erg missen.

Ik heb een fantastische week achter de rug met hele leuke mensen. Het onderwerp was heel zwaar, maar doordat we elkaar vertrouwde en steunde, hebben we deze week overleefd.

Hans van Meteren