05-11-09

Tweede Wereldoorlog educatie - 3 november 2009 - Gastsprekers en The Holocaust experience - deel 3


Gisteren op de HU weer een leerzame middag gehad met als onderwerp "Gastsprekers in de klas".
Ik heb zelf wel eens gastsprekers in mijn eigen lessen op school gebruikt, maar niet met zo’n specifiek onderwerp als oorlog. De dames en heren die bij ons in de les kwamen, hadden zich in het verleden aangemeld bij het landelijk steunpunt gastsprekers WO II-heden.
Dit is een initiatief vanuit het Herinneringscentrum Westerbork, om zo leerlingen kennis te laten nemen over de tweede wereldoorlog in de vorm van een persoonlijk verhaal, gegeven door een gastspreker die de tweede oorlog zelf heeft meegemaakt.

Persoonlijk vind ik het van grote moed getuigen, dat deze mensen hun eigen verhaal vertellen en zo dicht bij hun emoties durven te komen.
Ik geef het je te doen, iedere keer weer een verhaal vertellen wat je persoonlijk zoveel leed heeft gegeven. Natuurlijk kan niet iedereen dat en een van de dingen die ook in de les naar voren kwam, was dat de sprekers de oorlog een plek in hun leven moeten hebben gegeven en enigszins de emoties de baas zijn. Dat vraagt dus om een bepaald type mens en een bepaalde motivatie. In aanvang van de les kregen we eerst wat informatie van een medewerker van het landelijk steunpunt en een kleine uiteenzetting wat de bedoeling was van deze middag . De workshop die we ‘t eerst hadden was bedoeld om als docent te leren hoe de contacten tot stand te brengen en wat je nodig hebt, of beter wat de gastspreker in de voorbereiding nodig heeft, om een goede les te geven. De mevrouw die bij mijn groepje aan tafel schoof was Mevrouw Hélène Petter – Egger. We hadden afgesproken dat ik het gesprek zou voeren en dat de andere zouden observeren. Het gesprek verliep helemaal goed en dat vond mevrouw zelf ook. Vijf minuten later legde ze een boekje op tafel met de titel “ik ben er nog”. Ik kijk naar het boekje, ik kijk naar de titel en ik herken het boek en de schrijfster.

Het boekje is geschreven door de dochter van mevrouw Petter – Egger, namelijk Debbie Petter, voormalig nieuwslezeres en echtgenoot van Youp van het Hek. Door de herkenning reageer ik heel enthousiast, maar tegelijkertijd ook heel banaal en zeg “Hé, dat is toch de vrouw van Youp van het Hek?? “, mij direct realiserend dat ik haar dochter met deze uitspraak volkomen onrecht aandoe. Mevrouw reageert met een minzaam bevestigend knikje en ik kan wel door de grond zakken en ga van de zenuwen heel veel praten om te repareren. Natuurlijk klopte het wel wat ik zei, maar dit boekje heeft haar dochter geschreven en niet haar bekende schoonzoon. Als de workshop is afgelopen probeer ik nog contact met haar te krijgen, maar ze is in gesprek en ik besluit om het er maar bij te laten. Na de workshop hebben wij als groep het verhaal van Bert van der Linden gehoord. Bert was als kind samen met zijn moeder gevangene in een Japans concentratiekamp op Borneo, zijn vader zat in het mannenkamp daarnaast. Het verhaal wat Bert vertelde ging niet over de verschrikkingen van de oorlog of de ellende van het kamp, maar over zijn eerste herinnering als kind in het kamp en hoe deze herinnering bepalend is geweest voor zijn verdere leven. Bert zijn vader werd door de Japanners om het leven gebracht en heeft zijn vader voor het laatst gezien op zijn 3E verjaardag toen deze voor hem een houten kruiwagen had gemaakt als cadeau.
Bert heeft bij die laatste ontmoeting zijn vader niet herkend er realiseerde zich pas veel later dat die man met die grote glimlach zijn vader moet zijn geweest. Bert heeft hier nog veel aan moeten denken en heeft het soms nog moeilijk als hij dit voor de klas verteld.
Wat de gastsprekers allemaal gemeen hebben is dat het stuk voor stuk krachtige persoonlijkheden zijn en dat ze na de oorlog besloten om het verleden niet probeerde uit te wissen maar met hun verleden iets actief te doen en hun verhaal te delen met jeugd zodat wij nooit zullen vergeten en lessen trekken voor de toekomst.


The Holocaust experience


Toen ik de titel zag, was mijn eerste reactie hé dat lijkt wel afgeleid van het Holland experience huis in Amsterdam. Na nu blijkt is de titel ook juist daarvan afgeleid.
Oeke Hoogendijk, de maakster en regisseur van deze film heeft een mooie film gemaakt waarin de contrasten tussen het herdenken in Europa en Amerika mooi zijn weergegeven
Op diverse plekken in de wereld wordt de gedachte aan de Holocaust op verschillende manieren in leven gehouden. Oeke bezocht drie van deze plekken: het Simon Wiesenthal Centre in Los Angeles, het US Memorial Holocaust Museum in Washington en Auschwitz-Birkenau in Polen. De film heeft een boel binnen de klas losgemaakt en kreeg in de nabespreking een bijna anti Amerikaans karakter.
Ik heb voor mijzelf nog niet helemaal duidelijk wat ik vind van hoe de Amerikanen met het nalatenschap van de Holocaust omgaan. Ik gaf in de nabespreking al aan dat ik vaak moeite heb als Amerikanen zich gaan bezighouden met gevoelige en ethische kwesties. Het zit in hun cultuur opgesloten om het verhaal beeldend te vertellen en om het bestaansrecht te geven, commercieel te brengen.

Hollywood heeft al menig historisch verhaal in zijn feiten om zeep geholpen en heeft het verhaal of de gebeurtenis ook vaak mooier gemaakt dan dat de werkelijkheid is geweest.
Met dit in het achterhoofd begrijp ik de Rabbijn die het initiatief heeft genomen om het museum in Washington te ontwikkelen ook wel. Hij kent zijn eigen samenleving natuurlijk ook en weet als geen ander waar de gemiddelde Amerikaan gevoelig voor is. En zoals het een goed Amerikaan betaamd, heeft hij natuurlijk ook eerst research gedaan en een mooi businessplan opgesteld met daarin de te behalen targets voor bezoekers aantallen.

Amerikanen moet je boeien, de aandacht vasthouden lukt alleen als je het in een vorm van een entertainment model giet. Dit maakt dat Europeanen dan ook vaak de mening hebben dat Amerikanen oppervlakkig en dom zijn. Ook dat is maar één waarheid, want in de top tien van beste Universiteiten van de wereld, staan wel drie Amerikaanse Universiteiten,(Harvard, Princeton en het M.I.T.) en de nieuwste ontwikkelingen op technologie en wetenschappelijke studies komen ook vaak uit dit land. Onderzoek in Amerika wordt echter vaak onder de gemiddelde bevolking gedaan en die is nou inderdaad het meest representatief als het gaat om wat “de Amerikaan”leuk zal vinden. Voor de Amerikaanse elite hoef je zo’n museum niet neer te zetten, want die komen wel op een andere manier aan hun informatie.

Waarom de film soms zo onvoordelig voor de Amerikanen uitvalt, is denk ik omdat de film steeds switcht tussen het drukke en schreeuwerige museum en het bijna zondagse rustbeeld van Auschwitz. Het contrast is heel groot en maakt mij als kijker dat ik de neiging heb om partij te moeten kiezen tussen wie ik het beste met de erfenis omgaat.

Verder heb ik in deze hele Minor al lopen roepen hoe schandalig het is dat wij niks meer over hebben aan plekken om te gedenken en hoe moeilijk het is om de educatie over de oorlog op een goede manier in Nederland te blijven vertellen. Nu doen ze er in Amerika in ieder geval wel wat aan en is het weer niet goed. Het blijft in ieder geval belangrijk dat het verhaal verteld wordt en aan de Amerikanen zou ik willen meegeven, doe het ingetogen en blijf met je handen van de spullen en menselijke resten af.

Je hebt geen kilo’s haar nodig om het verhaal te vertellen..........

Hans van Meteren