30-11-09

23 - 28 november 2009 - Bergen Belsen dag 2


Vanmorgen in alle vroegte opgestaan en om half acht zaten Richard en ik aan het ontbijt. Dat was dus een kort nachtje en ik vraag mijzelf af of ik deze dag wel helemaal in mij op ga nemen, want fysiek ben ik aanwezig bij het ontbijt, maar ik slaap eigenlijk nog met mijn ogen open. Om negen uur vertrekken we met de bus, maar niet compleet, want twee van onze groep hebben de klok van negen uur niet gehaald en zijn in het hotel achter gebleven. Er wordt druk heen en weer gebeld en gelukkig kunnen ze halverwege de rit weer aansluiten, als wij een stop maken voor wat inkopen en de plaatselijke bakker met vijfentwintig man overvallen. Om half tien arriveren we bij de Gedenkstätte Bergen- Belsen en Martine heet ons hartelijk welkom.

Het programma voor die dag wordt uitgelegd en als eerste gaan we naar de weewoowemp???. Ik heb geen idee, maar besluit nog maar even niet te reageren omdat iedereen om mij heen instemmend knikt en ik wel vaker iets niet goed hoor of even niet goed oplet. We stappen in de bus richting weewoowemp en rijden het terrein af. Daar eenmaal aangekomen valt bij mij ineens het kwartje, the railroad ramp of te wel de spoorweg helling/perron had ik dat niet ergens op de platte grond gezien?.
Ik besluit het maar niet hardop te zeggen, maar op dat moment lopen we langs een bord met de tekst > to the railroad ramp opstaat en Paul die naast mij loopt, er in ene keer uitflapt o, gaan we daar heen!!??. Ik schiet in de lach en meerdere met mij, want blijkbaar was ik niet de enige die het niet goed verstaan had. Martine spreekt overigens prima Engels, maar dit hadden we even niet meegekregen. Bij de spoorhelling aangekomen zien we een origineel treinwagon staan die aan de zijkant van het terrein is neergezet. Zo kunnen de bezoekers zich enige voorstelling maken hoe zo’n wagon eruit zag en hoe vreselijk benauwd het moet zijn geweest toen ze met gemiddeld zesenzeventig mensen werden ingestopt. In de wagon hebben ze m.b.v. tape, vierkanten uitgelijnd zodat je kunt zien hoeveel ruimte een persoon had, niet dus. Ik realiseer mij dat ik het al benauwd krijg in een lift als deze een beetje volloopt met mensen, laat staan dat je in deze wagon met zovele zit en je moet uren of soms dagen zo reizen.
Natuurlijk overleefde veel mensen dat niet en vielen er veel doden bij deze transporten, die soms rechtop dood bleven staan, omdat er geen ruimte was om dood neer te vallen. Martine geeft uitleg over the railroad ramp en de transporten en vraagt of er iemand een stuk wil voorlezen van een ooggetuige die de situatie heeft beschreven toen hij als weermachtsoldaat op het ander spoor werkte om zijn gewonden mede soldaten op transport te stellen. Ik steek mijn hand op een ga de brief die in matig Nederlands is geschreven voorlezen. “Op het andere perron kwamen de treinen voor het concentratiekamp binnen en SS sloeg de mensen uit de trein. Veel doden vielen er zo uit de wagons en werden op een hoop gegooid. Het slaan en schoppen ging maar door en toen ik als collega soldaat en landgenoot, iets te lang bleef kijken en de moed had om aan de SS’er te vragen of dat nou zo moest?, kreeg ik als antwoord, wollen sie mit?”. Dit geeft wel aan hoe vreselijk de sfeer was en hoe walgelijk fanatiek de zgn. elite SS troepen waren. We lopen terug richting bus en Jessica en ik lopen nog een beetje te praten over mijn mislukte dienstplichtigen perioden in dit land. Ik heb nog nooit klakkeloos een bevel in mijn leven opgevolgd. Hierdoor heb ik dan ook vaker in een militaire cel gezeten dan mij lief is.

We rijden nu met een flinke omweg om het voormalige concentratiekamp heen en via het Engelse militairencomplex komen we aan bij de begraafplaats van de Russische krijgsgevangene. Toen Duitsland in 1941 operatie Barbarossa lanceerde en zo de Sovjet- unie binnenvielen, maakte ze in de eerste paar weken duizenden Russische soldaten krijgsgevangene. Deze duizenden krijgsgevangene werden overgebracht naar Duitsland en daar in POW kampen opgesloten. Een van die kampen bevond zich in Bergen – Belsen onder de naam Stalag XI C (311). Omdat het kamp toen der tijd nog niet af was en er onvoldoende gebouwen waren, moesten de gevangene in de buitenlucht verblijven onder de meest vreselijke omstandigheden. Met tentdoeken en wat takken van bomen werden er hutjes gebouwd. Dit was natuurlijk onvoldoende voor 20.000 manschappen waardoor er in de eerste winter zo’n 14.000 mannen zijn op een vreselijke manier om het leven zijn gekomen. De nazi’s lieten ze gewoon aan hun lot over, iets wat aan het einde van de oorlog gebruikelijk werd in heel het kamp Bergen – Belsen. Ik kom er langzamerhand achter dat deze locatie , een locatie van creperen was en dat de nazi’s hier de mensen op een sadistische wijze om het leven hebben laten komen. De Russen die het leven hebben gelaten, liggen hier in massagraven met een nummer op de heuvel. Martine vertelt echter dat er onderzoek is gedaan en dat de gemarkeerde heuvels niet representatief zijn voor de locatie, omdat er in de bodem ook botten naast de graven zijn gevonden. Het kan dus goed zijn dat ik boven op iemands graf heb gestaan. Naast de grafheuvels staat een gedenksteen uit massief graniet, gemaakt beginjaren zestig, met een tekst die refereert aan wat hier is gebeurd en wie hier liggen.
Er is echter iets vreselijks fout aan deze gedenksteen, hij heeft een kapitale spellingsfout! Bij het woord kriegsgevangene, eindigt het woord niet op e, maar op een i . Een grote fout die al meer dan veertig jaar op deze steen staat. Wim en ik spreken er schande van en Martine legt uit dat als ze met scholieren hier naar toe gaat, ze altijd het einde van het woord afschermt met een folder of papier. Buiten het feit dat het natuurlijk niet kan dat er bij een gedenksteen een spellingsfout staat, is het natuurlijk ook niet raadzaam om leerlingen met spellingsfouten te confronteren. De organisatie laat deze steen echter gewoon staan en is niet voornemens om deze blunder van de eerste orde te corrigeren onder het motto geen geld. Waar men aan de ene kant niet wil uitgeven is de organisatie wel ontvankelijk voor mensen met een beetje boel geld. Zo kon het gebeuren dat een aantal jaar geleden een familielid van een voormalig Sovjet soldaat hier zijn vader uit de anonimiteit heeft willen halen en hier een protserige gepolijste rode granieten steen met gouden letters heeft laten plaatsen. Deze meneer heeft hoge functie bij het Russische gasbedrijf Газпром,op zijn westers Gazprom. Dit is het grootste en rijkste gasbedrijf ter wereld en was in maart 2008 het 3e bedrijf ter wereld, met een totale beurswaarde van bijna 300 miljard dollar. “Money talks”, zullen we maar zeggen. Voor die andere arme drommels is er niet eens een fatsoenlijke gedenksteen zonder spelfouten. Maar komt er iemand met de portemonnee langs, dan doen we graag wat minder principieel en laten we iemand gewoon diagonaal, met zicht naar de weg, midden in het grafgebied een steen plaatsen. Inderdaad Wim, als je een Londense voetbalclub kunt kopen, waarom dan niet een steen voor je vader midden in een gevoelig liggend gedenkingsgebied. De man kan ik het nog niet eens zo kwalijk nemen, hij handelt ook maar vanuit liefde en nagedachtenis van zijn vader ( dat hoop ik dan maar). Maar dat de organisatie van Bergen – Belsen het signaal afgeeft dat je met geld alles kunt kopen, zelfs een steen op een massagraf, vind ik ethisch onjuist en beschouw ik als slecht management. Ik ben van mening dat ze in “Belsen”zo hun integriteit en die van de begraafplaats op het spel zetten. Na deze wat achteraf gelegen plek, gaan we naar de hoofdingang van het concentratiekamp. Ik zie een slagboom die in deze grote kale vlakte geen functie meer heeft en links daarvan, een eind verderop een witte tent. Deze tent staat over de ruïnes van het voormalige ”Ontluizinggebouw” en staat te klapperen in de wind. Troosteloze bedoening en het ziet er armoedig uit. Had gevraagd of die rus van Gazprom hier een fatsoenlijk gebouwtje had willen financieren, dit is een aanfluiting eerste klas en maakt mij alleen maar boos. Haal de rommel weg of zet er iets fatsoenlijks neer, maar niet zo iets halfslachtig als een tent. Verderop zien we nog de funderingen van een keuken een waterbassin en dat is het dan wel. Hier is niets meer terug te vinden, alleen nog de funderingen die tussen de bomen van het terrein liggen. Bij de blokken 9en10 liggen nog de stenen van het gebouw, hierop staan de namen van de mensen vermeld die hier verbleven. Ik luister naar wat Jan op deze plek voorleest en het klinkt mij als te gek voor woorden. Vooral blok 10 was hier zo vreselijk bij de bevrijding van het kamp zaten er nog een paar nauwelijks levende mensen tussen een hele stapel doden. Wat is dit toch voor een vreselijk kamp geweest en wat zijn dat toch voor een sadistische praktijken om zo mensen aan hun lot over te laten. Dit druist tegen alles in wat ik in de beroepscode van mijn vak heb mee gekregen en is door inhumane rotzakken uitgevoerd. Mensen in nood niet helpen terwijl je wel de middelen hebt, is in mijn ogen een vorm van martelen. We lopen over het terrein verder in de richting van het “dokumentionscentrum”en ik constateer dat deze plek niet veel met mij doet. Ben ik nu al kamp en ellende moe?, of heb ik gewoon niet zoveel met deze plek. Na de lunch gaan we naar het gebied waar veel massagraven liggen en waar veel gedenkstenen zijn geplaatst. Eind 44’begonnen er in het kamp veel mensen vlektyfus te krijgen. Die ziekte wordt door kleerluizen veroorzaakt, vaak door de slechte hygiënische omstandigheden, zoals bij oorlogen en hongersnoden. De symptomen zijn onder meer hoge koorts, hoofdpijn, misselijkheid en braken en is in veel gevallen in combinatie met uitputting, dodelijk. Door de zware overbezetting en de slechte omstandigheden in het kamp stierven de mensen met bosjes tegelijk, waaronder ook Anne Frank en haar zus Margot. Op het terrein zie je dan ook enorme grafheuvels waarin mensen met duizenden tegelijk zijn begraven. Ik heb de film van een week geleden weer op mijn netvlies staan en zie de bulldozer en het corresponderende graf voor mij. Verderop staat de grafsteen van Anne en haar zus Margot en je kunt zien dat deze plek het meest tot de verbeelding spreekt omdat de grond rondom deze steen helemaal is uitgesleten. We lopen verder naar het stilte centrum een beetje aan de rand van het terrein geplaatst. Ik loop binnen en val inderdaad helemaal stil. Wat een schoonheid van een gebouw, om stil van te worden. Ik denk bij mezelf, zie je wel jullie kunnen het wel. Het gebouw bestaat alleen maar uit diagonale lijnen waardoor het net lijkt of het gebouw naar binnen toe knijpt en je als het ware omhuld. Wat een rare organisatie is dit “Belsen” toch!. Lelijke oplossingen als een evenementen tent een landschapstuin en een gedenksteen met een spelfout, tegenover een mooi documentatiecentrum en stiltecentrum. Ik hoop dat ze hier toch eens de knoop gaan doorhakken en een besluit nemen wat ze nu met de erfenis willen. Dit halfslachtige gedoe gaat het niet doen voor de toekomst. Ik fotografeer verder nog wat op het terrein en ga daarna samen met Jan, Paul, Sergei en Niels aan de opdracht werken voor morgen. Het wordt al vroeg donker en we vertrekken om vijf uur met de bus richting ons hotel, maar niet voordat we eerst weer wat versnaperingen hebben ingeslagen voor de avond.
Wederom ga ik nu heel laat naar bed , maar dat komt omdat het op de kamer van Sergei en Niels zo gezellig is, dat iedereen de tijd vergeet. Later in de lobby van het hotel gaat het feestje gewoon verder. De humor en het elkaar in de maling nemen viert hoogtij en we huilen soms van het lachen. Ik ben op stap met een bijzondere groep leuke mensen realiseer ik mij. Het is een vreemde mix van jonge honden en 40+ en het vult elkaar geweldig aan. Martijn loopt mij de hele avond te stangen over mijn leeftijd, maar als ik het van iemand kan hebben is hij het. Rik heeft mij tot zijn nieuwe vader geadopteerd en wil steeds een knuffel en de meiden vragen steeds naar ons ouderen over vroeger. Je merkt het al, er is drank in het spel deze avond. Dit is de ontlading die de groep nu even nodig heeft na een dag van misère over dood en massagraven.

Hans van Meteren