29-11-09

23 - 28 november 2009 - Bergen Belsen dag 1 - 2


Wetende dat ik naar Duitsland ga met de groep, ervaar ik twee soorten spanningen. De spanning dat ik mijn kinderen een week ga missen, wetende dat het emotioneel gaat worden en ik dat wil kunnen uiten in de geborgenheid van mijn vriend. Daar tegenover de spanning van de reis, het onbekende te gaan zien en ervaren. De film die wij een week te voren hebben gezien, heeft de hele week door mijn hoofd gespookt. De massagraven, de bulldozer, daar ga ik naar toe. Heftig.

Bij mij vertrouwd, ijsbeer ik twee richtingen op
Onrustige spanning, vreugde, weeïgheid
Een poos weg
van mijn veilige tedere sfeer
onbetreden, onontdekt, tegemoet
Voorbereid op reis

Aangekomen in Celle, een leuk hotel. We lachen en de groep is in de bus vertrouwder met elkaar geworden, wetende dat we een indrukwekkende week met elkaar tegemoet aan. Vertrouwend op elkaar komen er grappen en gesprekken voorbij. In de middag arriveren we bij Bergen Belsen. Martina Staats, geeft ons een degelijke introductie om vervolgens met ons naar het museum te gaan. Wederom een snelle rondleiding met veel verhalen. De film tower wordt beschermt met een groot zwart gordijn. Onder de 14 is het onnodig om de werkelijke gruwelbeelden te zien. Helemaal achterin kijk je naar buiten. Morgen gaan we daar heen. Nu staan we nog beschermd in het gebouw.
Op afstand zie je de gedenktekens waar ook de massagraven zijn, de andere kant op zie ik de plek waar de mensen op appel moesten staan. Het doet groots aan. Vele Originele documenten, vol met details, gestorven in bergen Belsen. Martina vertelt over haar onderzoek naar het "we hebben het niet geweten". Het kamp was zo verweven met de omgeving en de stad dat dit onmogelijk en ondenkbaar is. Ik meen mij te herinneren dat Martina verteld dat een vrouw ( boerin) aan haar verteld, we deden net alsof wij niet keken. Maar door de gordijnen zagen wij de gevangenen langs komen. Onderweg naar het kamp vielen mensen al dood neer, uitgeput van lange treinreizen in vee wagons zonder eten en drinken, langs de weg achterblijvend.
Een ander verhaal was over de karren met lijken naar het crematorium van de stad. Langs druk bezochte cafés, een keer vielen er lijken onder de doek vandaan op de straat. Niemand heeft iets gezien?

Grondig en punctueel een introductie
Minimalistisch beton, glas, grauw, grijs en toch bedoeld
Pleit het gebouw, gedenkend op een historie
Persoonlijke bezittingen achter koude doorzichtigheid
Wordt nooit meer aangeraakt
Documenten, bizar aan hoeveelheid
Afgemeten leegheid
Weinig woorden, brief aan een vader
Gevluchte tranen. Raakt mij en anderen

Dag 2
We gaan vanuit het documentatie/ educatie centrum naar het begin. De bus brengt ons naar het treinstation waar velen aan gekomen zijn, om nooit meer te vertrekken.
We moeten nog 50 m lopen voordat we bij het station aan komen. Het grote platform praat tegen mij, mensen worden uit wagons getrokken, meteen vernederd tot niets.
Martina vertelt; een verhaal van een kind. Hij staat bij het luchtrooster, de reis van twee dagen in vooruitzicht. Met nog 70 anderen. In de wagon is weinig zuurstof, dus als je met een paar anderen in de buurt van het lucht rooster staat heb je gelukkig wat lucht. Het is donker er is geen raam. Twee tonnen, 1 met water en de ander bedoelt als wc. onderweg sterven er al mensen. Mensen gaan hun eigen urine drinken. Dan stopt de trein en de deur gaat open. Je weet niet wat er van je verwacht word, iemand schreeuwt in een onverstaanbare taal. Het dag licht doet pijn.
Naast het station is een oefenterrein voor Duitse soldaten. 1 man van de 100.000 heeft vertelt wat hij aanschouwd heeft. 1 man, vond het onmenselijk. De terreur, de doden, de volgepropte wagons. Onbegrijpelijk. Bang voor de SS. Ergens staat “there is no way out”.

Een tastbaar treinstation.
De krijgsgevangenen en concentratiekamp gevangenen.
Hier gebracht met een afwijkende onmenselijke reden.
De hel op aarde.
So you think you can tell. Heaven from hell.

We rijden met de bus naar de sovjet krijgsgevangen begraafplaats. Tijdens de meidagen van 1940 werd de voormalige oefenplaats gebruikt als krijgsgevangenenkamp, waarin ongeveer 600 Belgische en Franse soldaten werden ondergebracht. Enkele weken na de start van operatie Barbarossa, de Duitse aanval op de Sovjet Unie, kwamen de eerste gevangenentransporten aan in Bergen-Belsen. Zij leefden in erbarmelijke omstandigheden: gewoon in open lucht omringd door prikkeldraad, zonder enige sanitaire voorzieningen. In de winter 1941/42 stierven dan ook 14.000 krijgsgevangenen.. Velen overleden aan de gevolgen van dysenterie, maar het was vooral de tyfusepidemie van november 1941 die het merendeel van de slachtoffers eiste. Het gedenkteken geschonken door een kunstenaar is ooit vernield. Er staat een replica. Het origineel staat nu in het museum. Martina vind het origineel fascinerender; Een huilende vrouw. In 43 wordt Bergen Belsen een uitwisselingskamp voor joden, in de handen van SS. In 44 wordt het een eindstation voor gevangenen uit andere concentratiekampen die niet meer konden werken. Cynisch een herstellingskamp. De meeste stierven. Slechts weinigen van hen stierven aan de gevolgen van gewelddadigheden door de bewakers. Het voedselgebrek en de epidemieën waren de voornaamste doodsoorzaak. De bewakers deden geen enkele moeite om de levensomstandigheden te verbeteren. Veel barakken waren nog niet voltooid. overbevolking. Sanitaire voorzieningen ontbraken, geen verwarming, geen waterkranen, geen toiletten, … De gevangenen kregen slechts een minimum aan voedsel: twee sneden brood en halve liter watersoep per dag. Naarmate de oorlog vorderde, werd in veel delen van het kamp helemaal niets meer uitgedeeld. Er zou zelfs sprake geweest zijn van kannibalisme.
Het kampterrein is groot, maar nu is er bijna niets tastbaar. Alles is weg. De Britse soldaten hebben de barakken meteen in de brand gestoken vanwege het uitbreken van ziektes. Het is nu groen, er staan bomen waar ooit een kale grond was met 70 barakken. Bergen-Belsen is officieel nooit een concentratiekamp geweest, maar dit Häftlingslager werd wel bestuurd als dusdanig: de gevangenen liepen rond in de gestreepte tenues, werden gefolterd en mishandeld. Barak 10 is de ergste van allemaal. Hier worden de extreem zieke gedumpt. Niemand komt hier nog binnen. Heel soms komt er iemand nog een pan watersoep brengen naar de zieke. De mensen warmen zich aan de lijken, liggen te slapen op lijken. Voor de SS was het niet meer te overzien, ondanks de nauwkeurigheid waarmee ze alles bijhielden, wie er allemaal in het kamp waren. Nergens zie ik hier een inferno, maar toch was dit de hel op aarde. Hier mocht je creperen. Hier hoef je niet te werken, maar lijden. Begin augustus 1944 werd er op het open terrein achter het Sternlager een tentenkamp opgericht, waar duizenden vrouwen moesten verblijven. Eerst kwamen de vrouwentransporten overwegend uit Polen (Warschau); later kwamen duizenden vrouwen uit Auschwitz en Birkenau aan. Onder hen bevond zich ook Anne Frank, die het kamp niet zou overleven. Nadat een hevige herfststorm in november 1944 de meeste tenten had vernield, werden de vrouwen ondergebracht in nieuw opgerichte barakken. Als we doorlopen zegt Martina, this is the massagrave where you saw the bulldozer. Ik vind het vreemd. Ik zie het beeld in mijn hoofd nog spoken, nu zie ik een verhoogde heuvel, met gras en kruisbessen begroeid. Hieronder liggen 1000 doden. Hieronder liggen 2500 doden. Bij de bevrijding door Britse soldaten waren er nog 60.000 overlevenden. Begin januari 1945 bevonden zich 15.000 gevangenen in Belsen; aan het einde van de maand waren er dat al 22.000; eind februari 41.000 en 60.000 bij de bevrijding. In dezelfde periode stierven meer dan 35.000 mensen.


Marion van Laar