28-10-09

Tweede Wereldoorlog educatie - 27 oktober 2009 - Hollandse Schouwburg deel 2


Vandaag met de groep naar de Hollandse schouwburg geweest in mijn eigen stad Amsterdam.
Deze plek was mij al lange tijd bekend, maar ik was zelf nooit verder gekomen als het voorportaal met de brandende vlam. Eigenlijk raar want begin jaren tachtig van de vorige eeuw, heb ik recht tegenover dit gebouw op school gezeten, maar ik heb mij toen nooit zo verdiept in de geschiedenis van die plek. De plek midden in de plantage buurt is er een van allure en van mooie gebouwen.
Om in deze wijk heden ten dagen te kunnen wonen, moet je een aardig inkomen hebben, want het is een van de duurdere wijken in Amsterdam. Dat was het voor de oorlog ook, maar tijdens en na de oorlog kwam deze buurt in verval, waardoor de verloedering toenam. Ook dit monument kwam in verval en was blijkbaar niet de moeite waard om te redden voor het nageslacht. Waarom dit gebeurde, daar heb ik wel een persoonlijke mening over. Het joodse hart in deze wijk was eruit gerukt en is nooit meer op deze plek teruggekeerd. Ook Amsterdammers wilde niet meer met de oorlog bezig zijn en verder met hun leven. Kwam je uit een kamp?, jammer, maar ik woon nu hier.
Om nu nog een kleine joodse gemeenschap in de omgeving van Amsterdam te ontdekken, moet je naar wijken als oud zuid, buitenveldert of de gemeente Amstelveen. Nooit is het “joodse leven” in Amsterdam meer zo geworden als van voor de oorlog.
Plekken als het Waterlooplein, de Jodenbreestraat en alle daarom liggende straten, waren plekken waar het bruisde van het leven en waar de handel op straat en kleine bedrijfjes in overvloed aanwezig waren. Amsterdam was toen een diamant en handelsstad met veel Joden. In die tijd werd er veel Jiddisch gesproken en ging onderdeel van de Amsterdamse en later Nederlandse taal uitmaken. Tot op heden zijn er in de Amsterdamse taal nog veel Jiddische woorden terug te vinden. Aan het Jiddisch ontleend zijn woorden als, gein, goochem, kapsones, habbekrats, smoes, schlemiel, mesjogge, sjoege en zijn woorden die nu nog steeds veel gebruikt worden. Amsterdammers zeggen tot op de dag van vandaag (Nou, de mazzel, hè!), afgeleid van Mazzeltov, wat geluk betekent. Veel van die Jiddische woorden kwamen later terecht in de taal van de onderwereld zoals bajes, jatten, meier, joetje, smeris, snaaien en kassiewijlen. Het is dus in de taal en wat gebouwen dat we nog merken dat deze stad een joodse cultuur heeft. En verder is zoals Ischa Meijer het al zei, “de Joodse cultuur in Amsterdam gereduceerd tot het broodje pekelvlees bij Sal Meijer in de Scheldestraat”. Ischa zelf tweede generatie joodse slachtoffer, heeft in zijn stukken over het na oorlogse Amsterdam de moord op zoveel Amsterdamse Joden beschreven als een enorm litteken, achtergelaten in de stad. Een litteken als metafoor voor het verdwenen Jodendom in de stad.

Het lijkt bijna uit een soort van schuldgevoel geboren iets, dat vrijwel al onze na- oorlogse burgemeesters daarna van joodse komaf waren. Mensen als Wim Polak, Ivo Samkalden, Ed van Thijn waren burgervaders met oog voor de Joodse traditie in de stad maar stonden daar vrijwel alleen in. Ed van Tijn, zelf als kind gered uit het kinderdagverblijf tegenover de Hollandse schouwburg, heeft als enige ook veel geschreven over de Joodse traditie in Amsterdam. Het na oorlogse Amsterdam wordt nu door veel oudere mensen omschreven als saai en minder volks.
De saamhorigheid is er niet meer en iedereen leeft langs elkaar. Het bruisende straatleven en de handel zijn alleen nog op de markten van de stad te vinden.
Nadat vrijwel de hele Joodse gemeenschap uit Amsterdam was verdwenen en de Jordanese bevolking in de jaren zestig en zeventig naar gemeente als Purmerend, Lelystad en Almere waren vertrokken, bleef er van de stad niet veel meer over qua “Amsterdamse gezelligheid”en en zijn tradities. En hebben we er Yuppen, grote bedrijven en multinationals voor terug gekregen.In de jaren negentig kwam ik regelmatig in New York en zag daar aan de Lower-Eastside en het diamantdistrict in Manhattan hoe het er qua straatbeeld en handel en wandel, zeventig jaar geleden in mijn eigen stad moet hebben uitgezien. In steden als Antwerpen, Parijs en New York zie je de joodse gemeenschap duidelijk onderdeel uitmaken van het straatbeeld.
De joodse tradities zijn in deze steden zijn nog duidelijk aanwezig, maar zijn in mijn eigen stad jammerlijk genoeg al heel lang verdwenen.

Hans van Meteren