16-10-09

Tweede Wereldoorlog educatie - 13 oktober 2009 - kamp Vught deel 2


Bij aankomst bekruipt mij het gevoel dat er ook van dit kamp niet veel meer over is en dat het weer op de verbeelding en mijn fantasie aankomt om een voorstelling te krijgen over hoe het hier was.
Een surrealistische plek hier buiten bij het bezoekerscentrum. Vroeger een Duits gevangeniskamp voor iedereen die ongewenst was in hun ogen. Op dezelfde plek staat nu de zwaarst bewaakte gevangenis van Nederland met ongewenste elementen uit onze samenleving, maar nu gevuld met types die wel degelijk iets op hun kerfstok hebben.Wachtend op de rest van de groep arriveren er regelmatig auto's met daarin bezoekers voor de gevangene van de gevangenis Vught van deze tijd.Sommige bezoekers die uitstappen kijken ons met een enigszins boze blik aan, alsof men zeggen wil, kijk voor je, heb ik wat van je aan of zo? De rondleiding over kamp Vught is er een waarbij men getracht heeft het verhaal over dit kamp te reconstrueren d.m.v. het nabouwen van barakken, eetzalen, slaapzalen.
In mijn ogen een aardige poging, maar het dekt de lading niet. Er zijn nog wel wat barakken over maar die staan op het kamp waar nog steeds Molukkers wonen en op de plek waar nu een nep barak is neergezet heeft in werkelijkheid nooit een barak gestaan.
Als enig nog originele gebouw is het crematorium, met daarbij het mortuarium en snijtafel van de arts over gebleven. Na de rondleiding loop ik samen met Paul, Jan en Wim te filosoferen over hoe het toch komt dat ook deze plaats geen echte gedenkplaats is geworden.
Jan en ik komen tot de conclusie dat het niet in onze cultuur zit opgesloten om te gedenken en te herdenken, mits het financieel iets oplevert. Cultuur-historisch hebben wij namelijk wel genoeg affiniteit met onze vaderlandse geschiedenis, Michiel de Ruyter, Tromp, Piet Hein zijn helden uit het verleden, maar in hun eigen tijd niets anders dan een stelletje oorlogzuchtige rovers in naam van de staat. En een organisatie als het V.O.C. zou in deze tijd niets anders zijn als een terroristische organisatie die landen binnenvalt en deze van hun grondstoffen en bevolking berooft. Wij hebben nog steeds een financieel gewin bij deze historische figuren en organisaties en etaleren deze geschiedenis ook graag naar het buitenland. Ook kunst-historisch zijn we er niet vies van om het ene na het andere herdenkingsjaar op te zetten om er een extraatje uit te slepen. Het zoveelste sterfjaar van Rembrandt is nog niet afgerond of het jaar van Vincent van Gogh dient zich al weer aan.
Busladingen vol Japanners,Amerikanen en de Nederlanders zelf komen a masse naar het museum om zo te kijken naar onze Nationale erfenissen.De Nederlandse handelsgeest vaart bij deze dagen hoogtij en er wordt lekker verdient,maar een beetje fatsoenlijk omgaan met de recente geschiedenis van dit land ho, maar!

Natuurlijk begrijp ik ook wel dat de tweede wereldoorlog zich wat moeilijk leent om jubilea te vieren, maar ik had toch liever gezien dat Nederland na de oorlog wat zuiniger was omgegaan met zijn erfenis van de oorlog. Kampen en oorlogen zijn geen leuke onderwerpen om te laten zien aan de bevolking, maar al hadden we het maar in stand gehouden om het onze jeugd mee te geven wat er voor verschrikkelijke dingen er zijn gebeurd.Nu moet elke begeleider van een nationaal monument als Vught, Westerbork en Amersfoort alle zeilen bijzetten om het verhaal goed over te laten komen, omdat er simpelweg niet veel meer te zien valt. Het lijkt net of Nederland na de oorlog deze plekken heeft willen uitwissen alsof het nooit gebeurd is, alsof het een nare droom was.

Een meisje met een dagboek heeft ons echter allemaal vertederd en haar verhaal hebben we wereldwijd in onze harten gesloten. De plek waar ze dit schreef is een gewoon grachtenpand in Amsterdam en doet ons dus niet confronteren met prikkeldraad, barakken, martelingen sadisme, bunkers en ovens. Nee, hier zien we een boekenkast met een achterhuis er achter en een paar kleine slaapkamertjes. De tijd heeft hier wél stil gestaan en hier is wél alles zoveel mogelijk in originele staat gebleven. Waarom is deze plek bijna heilig verklaard terwijl het verhaal van de mensen in de kampen, waar Anne zelf ook in is gestorven, zich zo moeizaam laat vertellen. Waarschijnlijk omdat in Anne's verhaal de menselijke maat een rol speelt.
Tenzij je er zelf in hebt gezeten, is het voor mensen moeilijk om je in te leven in het verhaal van terreur, vernedering, geweld en het sadisme in deze kampen.
Mensen schakelen mentaal vaak uit als ze met zoveel ellende worden geconfronteerd.
Het verhaal van een meisje en haar dagboek is makkelijker om mee om te gaan.
Nu staan er voor Prinsengracht 267 dagelijks busladingen vol met Japanse en Amerikaanse toeristen, die dit adres samen met het van Gogh museum, het Rembrandthuis en het Rijksmuseum op een middagje aandoen.
Het Anne Frankhuis is intact en er wordt gelukkig veel educatief goed werk verricht, maar is tevens, dankzij allerlei buitenlandse schenkingen, een van de rijkste herdenkingsstichtingen in ons land. Toch jammer voor Amersfoort, Westerbork, Vught en al die andere kampen die minstens een even belangrijk verhaal hebben te vertellen.

Hans van Meteren