07-10-09

Tweede Wereldoorlog educatie - 6 oktober 2009 - kamp Westerbork deel 2


Op de dag dat we met onze groep een bezoek brengen aan kamp Westerbork, is het dinsdag, onze vaste “Minor dag”. Vanaf 1942 tot 1945, was de dinsdag ook in dit kamp een vaste dag, maar dan een vaste dag voor het vertrek van een trein.
Een trein die bijna iedere dinsdag vanuit hier vertrok, vol met joden, maar ook met Sinti, Roma en verzetsstrijders, om naar vernietigingskampen als Auschwitz en Sobibor te rijden.
In drie jaar tijd zijn er door de nazi’s Drie-en-negentig van deze transporten uitgevoerd, waarbij er 107.000 joodse Nederlanders en vluchtelingen zijn weggevoerd. Van deze 107. 000 zijn er 102.000 om het leven gekomen en hebben 5000 mensen het overleefd.
Als ik het zo opschrijf probeer ik mij het nogmaals voor te stellen hoeveel mensen dat zijn.
Een ongelooflijk aantal en dan te bedenken dat dit maar een van de zovele Durchgangslagers was in Europa. In kamp Westerbork hebben ze op de voormalige appèlplaats getracht dit weer te geven in de vorm van rechtop staande steentjes in de vorm van de kaart van Nederland. De 102.000 stenen maken zo duidelijk om hoeveel mensen het ging. Op de steentjes staat een davidster voor de Joden, een vlam voor de Sinti en Roma en een lege steen voor verzetsmensen. Naast deze massaliteit komt ook de individualiteit scherp tot uiting: 102.000 is geen getal, maar één mens 102.000 keer.

Van het kamp zelf is niet veel meer over en dat is weer een tegenvaller.
Het is een grote lege vlakte met hier en daar wat verhogingen in het gras, om aan te geven waar de barakken ooit hebben gestaan. Toch ben ik het eens met onze begeleidster, dat Westerbork niet het verhaal van de gebouwen zelf is, maar van de mensen die hier verbleven.
Van de mensen die hier vaak maar kort verbleven, is het verhaal van Anne Frank natuurlijk hetgeen het meest tot de verbeelding spreekt, maar er zij er veel meer dan dit verhaal dat over de hele wereld bekend is. Zo heb ik al lezende over enkele van deze getuigenverslagen een verhaal eruit gehaald omdat het mij als verpleegkundige zo aansprak. Het is het verhaal van Sam Stern die bijna drie jaar lang in kamp Westerbork als ziekenbroeder in het ziekenhuis werkte.

Sam Stern

Sam Stern groeide op in een joods gezin in Assen. Zijn vader had een dubbele baan en was naast vertegenwoordiger ook dansleraar met zijn eigen dansstudio.
Sam begon zelf ook al jong met het geven van dansles en speelde daarnaast ook in een orkest.
Net als iedere andere jongen van zijn tijd haalde hij weleens wat kattenkwaad uit en voetbalde hij graag met zijn vrienden. Tot 1939 zag het leven van Sam er vrij zorgeloos uit.
Hij hoorde weleens een man in het Duits over de radio schreeuwen, maar hij dacht als zo vele dat het allemaal niet zo’n vaart zou lopen. Sam ging zich intensiever bezig houden met muziek en de danslessen, want zijn vader wilde dat hij de zaak later ging overnemen.
Sam zijn toekomst leek dus al uitgestippeld aan het einde van de jaren dertig.
Toen de situatie in Duitsland slechter werd, vluchten er veel Duitse joden naar Nederland.
Toen het centrale vluchtelingen kamp in 1939 in gebruik werd genomen merkte ze daar in Assen niet zoveel van, want de vluchtelingen hadden toen nog volledige uitgaansvrijheid en gingen regelmatig met een vrachtwagen naar Assen om vlees en brood te halen. Zo kwam Sam met mensen uit het kamp in aanraking. In Mei 1940 kwam er een einde aan het rustige leventje.
Na vier dagen capituleerde Nederland en was het bezet door Nazi Duitsland.
Al vrij snel kwamen er allerlei maatregelen en verboden voor de Joodse bevolking van Assen.
Sam’s vader kreeg te horen dat zijn dansstudio dicht moest en de Joodse raad adviseerde hem om iets anders te gaan doen, want niets doen betekende vaak naar een werkkamp.
Noodgedwongen heeft hij toen de dansstudio veranderd in een Joodse lunchroom.
Omdat de lunchroom alleen voor Joden was, kwamen er zowel Joden uit Assen, als Joden uit het vluchtelingen kamp, “wat toen nog in Nederlandse handen was”, een hapje eten.
Een van de vaste bezoekers was mevrouw Spanier, de echtgenote van de Duits Joodse kamparts Fritz Spanier. Dit contact zou later heel belangrijk blijken bij Sam,s eigen aankomst in kamp Westerbork.

Er hing iets in de lucht

De Duitsers gingen verder met het vervolgen van Joden en al snel werd de vader van te werk gesteld in een Joods werkkamp, waadoor Sam en zijn moeder de lunchroom draaiende moesten houden en het beste er van probeerde te maken. Het buiten leven werd steeds benauwder en hij voelde dat er iets in de lucht hing van spanning en angst in de Joodse gemeenschap.
Vrij snel daarop kregen alle Joodse jonge mannen een oproep om zich te melden voor arbeid in een werkkamp, hetgeen Sam uiteindelijk deed omdat onderduiken moeilijk bleek zonder netwerk.
Via kamp Ruinen is Sam toen uiteindelijk in Westerbork beland,”inmiddels in Duitse handen”.
Omdat Sam regelmatig met mevrouw Spanier had gesproken in de lunchroom, wist hij een beetje hoe het in het kamp er aan toeging. Sam vroeg aan een van de OD’s (Orde dienst) of het mogelijk was om mevrouw Spanier te laten weten dat Sam Stern uit Assen was aangekomen.
Even later kwam ze naar het barak van Sam en liep binnen met de opmerking, “Herr Stern, du hier”.
Mevrouw Spanier beloofde met haar man te gaan praten om zo Sam in het kamp te laten blijven.
Na eerst bij de schoonmaakploeg te hebben gewerkt, kwam hij later in het kampziekenhuis te werken waar hij in eerste instantie de minst frisse klussen moest doen zoals urinaal omspoelen met kranten en stenen bij gebrek aan schoonmaakmiddelen en het verschonen en omwassen van Po’s die vaak vol met diarree zaten vanwege de difterie en buikloop van de patiënten. In het begin toen het spoor nog niet helemaal door liep tot in het kamp, moest Sam vaak naar station Hooghalen, om zieken mensen en mensen die niet goed ter been waren te helpen naar de vrachtwagen, de rest ging lopen naar het kamp. Het is tweemaal voor gekomen dat Sam toch op de transportlijst belanden naar Auschwitz, maar iedere keer haalde dokter Spanier hem weer van deze lijst af omdat Sam onmisbaar was voor het ziekenhuis. Dokter Spanier heeft Sam zo steeds in bescherming genomen.
Kamp commandant Gemmeker was trots op zijn medisch personeel. Hij was persoonlijk bekend Dr. Fritz Spanier. Beide mannen hadden voorheen in Düsseldorf gewoond, waar Spanier Gemmeker's persoonlijke huisarts geweest was. Gemmeker als SS officier werd aangesteld als commandant van het kamp Westerbork, waar Spanier intussen als Duits Joodse vluchteling beland was en de positie van Hoofd Medische Dienst bekleedde.

Broeder Stern ondergedoken in kamp Westerbork

Sam was natuurlijk geen echte ziekenbroeder van beroep, maar door steeds zijn ogen en oren open te houden, te lezen en dingen in een klein notitieboekje op te schrijven werd hij een soort ziekenbroeder volgens autodidactisch model en kwamen collega’s steeds meer aan hem vragen.
Sam maakte zich op die manier onmisbaar en men gaf hem steeds meer bevoegdheden binnen het ziekenhuis. In zijn vrije tijd, als hij geen dienst had, bleef hij meestal in het barak van het verplegend personeel. Hij was niet het type dat het kamp ging verkennen en van de aardappelkelder, de industriebaraken en het schooltje wist hij wel het bestaan, maar hij ging er nooit kijken. Ook naar het cabaret is hij nooit gegaan, want de voorstelling was altijd op dinsdagavond, nadat er weer een transport naar het oosten was vertrokken.
Sam vond dit vreselijk en heeft er nooit zijn neus laten zien.
Door niet aan activiteiten deel te nemen, heeft Sam zichzelf een beetje onzichtbaar gemaakt in het kamp. Hijzelf omschreef het als een soort onderduiken in kamp Westerbork.
Uiteindelijk zijn Sam zijn grootouders, ouders, zijn zus en zwager en oom en tante met vijf kinderen ook in kamp Westerbork beland. Op Maandagavond in Februari 1943 werden ook hun namen genoemd:Ze moesten op transport. Omdat Sam ziekenbroeder was, heeft Sam in een witte jas met een band om , nog afscheid kunnen van zijn ouders bij de trein.
Het was de laatste keer dat hij zijn ouders en grootouders heeft gezien.
Op 19 februari 1943, zijn ze allemaal in Auschwitz vergast.


De laatste trein

In September 1944 vertrok de laatste trein uit kamp Westerbork.
Op het laatst werd de “stamlijst”van vast personeel ingekort tot vijfhonderd personen.
Uiteindelijk stond Sam ook weer op deze lijst waardoor hij mocht blijven.
Samen met vier andere jongens bleef hij over in het ziekenhuis, terwijl hij geen echte verpleger was.
De laatste maanden in het kamp beschrijft Sam als onwezenlijk, omdat men wist dat de invasie had plaats gevonden en men aan het wachten was op de bevrijding.
Toen de bevrijding daar uiteindelijk was, klom Sam op het dak van de garage om alles beter te kunnen zien en stond te janken als een klein kind.


Na de oorlog


Na de oorlog heeft Sam de draad weer opgepakt en heeft de voormalige dansstudio van zijn vader weer in ere hersteld.
Dat ging niet zonder slag of stoot, want er woonde inmiddels andere mensen in de woning van zijn ouders en de dansstudio stond vol met meubels.
Sam heeft nog jaren moeten knokken om zijn dansstudio terug te krijgen en een flinke lening moeten afsluiten omdat hij niets meer bezat.
Na de oorlog wilde de mensen weer graag gaan dansen en liepen de zaken goed.
Broeder Stern uit kamp Westerbork, werd weer dansleraar Sam Stern uit Assen.
Van zijn familie hebben alleen en neef en nicht de kampen overleefd.
Vijfentwintig familieleden zijn nooit meer terug gekomen.
In 1970 is Sam gestopt met zijn danslessen vanwege zijn gezondheid.
De afgelopen jaren heeft Sam Stern als gastspreker regelmatig zijn levensverhaal verteld op verschillende scholen in Drenthe

Hans van Meteren