18-09-09

Tweede Wereldoorlog educatie - 15 september - Groesbeek deel 2


Vandaag, 17 september, is het precies vijfenzestig jaar geleden dat de 82e airborne division met honderden tegelijk landen bij Grave en Groesbeek.Op andere locaties sprongen er nog eens leden van het 101e screaming eagels en manschappen van het 1e British Airborne Division "Red Devils" en 1e Polish Independent Parachute Brigade eenheden naar beneden. Deze jonge mannen sprongen vanuit hun vliegtuigen de vijand tegemoet om zo een doorbraak te forceren in het gebied van Rijn en Waal en zo de doorstoot naar Duitsland te maken en daardoor de oorlog met enkele maanden te verkorten. Bij operatie Market Garden was de meest vooruit geschoven post de brug bij Arnhem. De Britse parachutisten (Red Devil's) rondom Arnhem moesten het echter lang zonder de steun van de grondtroepen doen, zij bevonden zich in deze meest vooruitgeschoven positie achter de Duitse linies, maar moesten zich bij het uitblijven van steun versneld terugtrekken uit Arnhem.
De gehele operatie is anders verlopen dan de opzet van generaal Montgomery was.
Een verkeerd gekozen strategie en het onderschatte verzet van ervaren Duitse troepen die aan het Oostfront hadden gevochten hebben er toe geleid dat de verliezen aan geallieerde kant zeer groot waren. De oorlog ging hierdoor langer duren dan de bedoeling was, waardoor het Nederlandse volk nog een winter van oorlog en ellende tegemoet ging.

Vijfenzestig jaar later, op 15 september 2009 zijn we samen met Wim naar het Nationale Bevrijdingsmuseum van Groesbeek geweest, alwaar wij ontvangen werden door Jan van Hese voor een rondleiding. Het museum is klein van opzet en moet nodig voor renovatie in aanmerking komen. In de huidige situatie is het nog opgebouwd uit bouwunits van het voormalige bouweiland “Neeltje-Jans” dat werd gebruikt bij de Delta werken in Zeeland.
Na een introductie van Jan, zijn wij samen met een groep ouderen die ook een rondleiding hadden, naar een korte film, “met originelen beelden”, van operatie Market Garden gaan kijken.In deze film werd ons nog eens duidelijk uitgelegd wat de bedoeling van deze operatie was en waarom deze uiteindelijk voor de geallieerde zo slecht is verlopen. Jan legde aanvullend uit dat het echt "een brug te ver was" en dat daardoor de verbindingslijnen te lang werden en dat het aanvullende materiaal en manschappen over een te smalle corridor, de Engelsen bij Arnhem niet konden bereiken.
Vanaf Eindhoven tot Nijmegen verliep de operatie redelijk voorspoedig, maar Arnhem was dus letterlijk een brug te ver.

Het museum is zo opgezet dat er met behulp van kleuren schema’s een periode in de oorlog wordt aangeduid. Zo staat de kleur rood voor de periode vooraf gaand aan de oorlog, groen voor de periode tijdens de oorlog en blauw voor de bevrijding.
De rondleiding verliep nogal rommelig omdat er tijdens ons bezoek nog twee groepen ouderen een rondleiding kregen, hetgeen nogal wat geluidsoverlast en veel heen en weer geloop veroorzaakte, maar goed.

Eigenlijk is dit museum uit zijn jasje aan het groeien en moet er nodig een nieuw museum op “deze” mooie plek verschijnen, maar dat gaat nog lang duren en met een subsidie van achtduizend euro op jaarbasis blijft dit museum elk jaar weer vechten voor behoud en zal het vooral afhankelijk zijn van giften en blijven draaien op vrijwilligers. Het Nationaal Bevrijdingsmuseum ligt in een geweldige omgeving,in een landschap dat wij in dit vlakke land niet veel tegenkomen. Vijfenzestig jaar geleden moet het er hier en rond deze tijd heel anders hebben uitgezien, net zoals in Overloon, is dat nu niet meer voor te stellen.

Mijn vader is in Nijmegen geboren en heeft samen met zijn vader en moeder,broer en zus in de Bachstraat gewoond. De verhalen over het bombardement van Nijmegen en het landen van de para’s zijn door mijn vader vaak verteld en als jongetje klonk het voor mij allemaal als een spannend jongens boek. Inmiddels volwassen en al wat langer meelopend op deze aarde, realiseer ik mij hoe angstig deze tijd moet zijn geweest en dat het verre van een spannend jongensboek moet zijn geweest. In Overloon kon je de impact van een bombardement meemaken door plaats te nemen in een in een bommenwerper of schuilkelder, de zgn. Blockbuster attractie. Ik heb toen een klein beetje een idee gekregen, maar mijn vader vertelde dat er in schuilkelders veel gehuild werd door kleine kinderen en dat moeders hun kinderen aan het sussen waren maar toch vaak ook meehuilden uit angst voor wat komen ging. Aan het eind van de oorlog kreeg het huis van mijn opa en oma een granaat door het dak. Bij het luchtalarm vluchtte iedereen naar de kelder onder de trap, maar mijn oma die in de oorlog open benen had, ging op handen en voeten strompelend richting de kelder.De granaat schoot vlak achter haar langs en boorde zich in de muur aan het eind van de gang.Een zogenaamde blindganger die in huis bleef liggen, waardoor mijn opa en oma met de kinderen moesten evacueren naar familie drie straten verder op. Daar hebben ze ’s nachts in de kelder op een stel matrassen op de grond geslapen onder voortdurend luchtalarm en luchtafweergeschut. Nu kun je dus in de schuilkelder van Groesbeek ook een idee krijgen, maar het blijft maar een impressie van de werkelijkheid, die vele malen erger moet zijn geweest. Het verschijnen van duizenden parachutes in de lucht was een mooi gezicht vertelde mijn vader en wij konden niet wachten tot ze met de tanks en jeeps de straten binnen kwamen rijden.

Ik ben later zelf in Nijmegen als dienstplichtig soldaat gelegerd geweest en heb toen de Bachstraat bezocht waar mijn vader tijdens de oorlog woonde, maar kon mij natuurlijk geen voorstelling meer maken over hoe het er toen heeft uitgezien.
De hele omgeving van Nijmegen en Groesbeek heeft nog wel veel met de oorlog en dat is ook niet zo verwonderlijk omdat hier nog veel getuigenissen zijn in de vorm van oorlogsmusea, begraafplaatsen en landmarks die sinds de oorlog niet of nauwelijks zijn veranderd. Elk jaar zijn er hier nog herdenkingbijeenkomsten op de begraafplaatsen waar de gevallenen van toen onder een wit kruis of steen liggen begraven.Ieder jaar verschijnen hier nog veteranen die hun oude makkers komen gedenken, maar dit worden er wel steeds minder.

Vijfenzestig jaar geleden sprongen hier in totaal achtduizend para’s uit hun vliegtuigen. Ze sprongen in een voor hen onbekend gebied een ongewisse strijd tegemoet en deze mannen van toen zijn helden van hun tijd, maar zij vonden dat toen gewoon je plicht doen. Natuurlijk waren we bang, maar dat liet je niet zien en je zette je er overheen, zoals ik in een documentaire een van hen hoorde zeggen.
De meeste historici zijn het met elkaar eens, dat gedurende de eerste 24 uur van D-Day de verliezen tussen de 10.000 en 12.000 man bedroeg. Gedurende de 9 dagen Market Garden bedroeg dit aantal, van de gecombineerde verliezen(luchtlandings- en grondtroepen), aan doden, gewonden en vermisten meer dan 17.000 manschappen.

Misschien wel je eigen dood tegemoet springen om andere mensen uit een ander land te bevrijden, blijft in mijn ogen nog steeds het hoogste offer dat iemand kan brengen en verdient ook na zoveel jaar nog alle respect en eerbied van ons allemaal.
Dankzij hen spreken we nog steeds Nederlands i.p.v. Duits en zijn wij nog steeds een vrij land met vrijheden en verworvenheden waar menig land in de wereld jaloers op kan zijn. Dat wij ons dit niet meer altijd zo even goed realiseren komt door de factor tijd. Geschiedschrijving valt of staat met het onderhoud van de gebeurtenissen in het gesproken woord,schrift en beeld. Educatie blijft hierin het allerbelangrijkste voor de jeugd en ook dit museum draagt daar net als alle andere instituten zijn steentje aan bij.

Hans van Meteren