16-09-09

Tweede Wereldoorlog educatie - 15 september - Groesbeek deel 1


Bevrijdingsritueel..........

De vele soldaten die hier gevochten hebben tegen de bezetting. De meisjes die verliefd worden op een Canadees. Trees heeft een Canadees. Het gebrekkige Engels. Liefde tijdens de oorlogsjaren.
Wim staat stil met een paar studenten bij een foto waar twee jonge vrouwen worden kaalgeschoren en vernederd na de bevrijding. Iedereen is blij en gelukkig dat we bevrijdt zijn en zint op vergelding. Na afloop van de oorlog wilde een deel van de bevolking van Nederland wraak nemen op een ander deel van de bevolking dat zij als 'fout' beschouwden. Zo werden direct na de bevrijding vrouwen en meisjes van wie men wist (of het vermoeden had) dat zij relaties hadden aangeknoopt met Duitse militairen, het hoofd kaalgeschoren. Ook werden NSB’ers, vermeende landverraders en verklikkers in elkaar geslagen of opgesloten. In totaal ging het om circa 300.000 mensen. Zij werden eerst opgesloten in toevallig leegstaande gebouwen, en later in kampen.
De meeste historici schatten dat in totaal ongeveer 100.000 Nederlanders actief of passief met de Duitse bezettingsmacht hebben samengewerkt. In de volkswoede werd men echter bij de minste of geringste twijfel opgesloten of in elkaar geslagen. Zo werden in Groningen 'foute Nederlanders' in het Korenbeursgebouw opgesloten.
Iedere dag werden ze gelucht op de naastgelegen Vismarkt, waar ze vernederingen en soms ook klappen van de massaal toegestroomde Groningers in ontvangst moesten nemen
Een middeleeuwse toestand die mij weer schokt. Wim verteld dat deze acties werden gedoogd voor vergelding die het volk behoefte. Op internet vind ik een stuk over deze vrouwen. Zij waren gewoon verliefd geworden op een man. zo blijkt uit ’Wie geschoren wordt moet stil zitten’. In deze studie van de historica Monika Diederichs zijn de herinneringen verwerkt van 56 vrouwen die omgang hadden met een Duitser. Het gaat hierbij om uniek materiaal. Voor de vrouwen die aan het project meewerkten, geboren tussen 1907 en 1928, geldt vrijwel algemeen dat zij hun oorlogsverleden na 1945 zorgvuldig verborgen hielden. Tot op de dag van vandaag bleef openheid sociaal riskant. Het is dan ook een bijzondere prestatie dat Diederichs de vrouwen niet alleen opspoorde, maar hen ook nog eens bereid vond te praten. Dat de auteur hun vertrouwen won, komt zeker ook doordat zijzelf is geboren uit een liefdesrelatie tussen een Nederlandse vrouw en een Duitse militair; haar ouders trouwden uiteindelijk.
Ruim 120.000 meisjes en vrouwen hadden, naar Diederichs’ wellicht wat al te ruime schatting, omgang met Duitse militairen. Veel relaties kwamen voort uit toevallige ontmoetingen in het park, in de stad of zelfs op het werk. Maar uiteraard werden de eerste contacten ook gelegd in cafés en dansgelegenheden.
In de verzamelde verhalen zijn kortstondige euforie, heimwee, eenzaamheid en verdriet de centrale thema’s. De Duitse soldaten waren nogal eens tijdelijk in Nederland gelegerd. Zodra zij elders in Europa werden ingezet, begon het langdurige en angstige wachten. Vaak benadrukken de vrouwen dat zij maar één geliefde hadden en dat zij hem ook trouw bleven. De Duitse soldaat was de liefde van hun leven. Daarmee onderscheidden zij zich volgens eigen zeggen van de ’moffenhoeren’, die er gelijktijdig meerdere relaties op na hielden. Opmerkelijk genoeg speelden dergelijke zedelijke argumenten bij de naoorlogse Bijzondere Rechtspleging geen rol van betekenis. In tegendeel, vrouwen die korte en wisselende contacten hadden met Duitsers werden minder zwaar gestraft dan vrouwen die langdurig omgang hadden met één Duitser. Hun relatie met een lid van de bezettingsmacht werd gelijkgesteld aan een politieke keuze. Hetzelfde gold voor vrouwen die verloofd of getrouwd waren, of voor vrouwen met een ’Duits’ kind. Veel van de meisjes hadden die politieke factor wel waargenomen, maar hun liefdesgevoelens waren overheersend geweest. Zo kon het gebeuren dat opsporingsambtenaren uit Schildwolde beslag legden op een poëziealbum met een Duitstalig liefdesgedicht. Het was een bewijs à charge. Na afloop van de bezetting verliep de bestraffing van de ’moffenmeiden’ nogal willekeurig. Sommigen werd huisarrest opgelegd, anderen kwamen in interneringskampen terecht. Daarnaast was er het publiekelijk kaalknippen van de meisjes tijdens de eerste feestelijke Bevrijdingsdagen. In het machtsvacuüm van dat moment kon dit schijnbaar spontaan gebeuren. Uitgejoeld door de massa werden de meisjes tot bloedens toe kaalgeschoren en niet zelden met pek of menie besmeerd. Dit zogenaamde bevrijdingsritueel, feitelijk een vorm van buitenrechtelijke strafuitoefening, vond overal in Nederland plaats. Het waren acties die indertijd als bevrijdend werden ervaren.
In een voormalige verzetskrant schreef men zelfs over een scheerpartij in Amsterdam die waardig en vreugdevol was verlopen....... Echt hardmaken kan Diederichs het niet, maar het lijkt erop dat de Nederlandse autoriteiten de meisjes bewust ’opofferden’ om wraakgevoelens te kanaliseren. Op internet heb ik verschillende foto s en artikelen gevonden over de kampen waar de ‘foute’ Nederlands hebben gezeten. Het verschilt weinig wat daar gebeurde met wat de nazi s deden met de joodse mensen. Het verbaasd mij hoe oorlog werkelijk het slechtste in mensen naar boven brengt.

Kan ik nog geloven in de goedheid van mensen? Bestaat er nog goedheid. De wensboom in het museum waar kinderen hun wensen en dromen ophangen doet mij toch geloven dat wij mensen geboren worden zonder vooroordelen en haat. Toch weer de kinderen….. vreemd dat mensen zo destructief zijn en vooral zo meegenomen kunnen worden, beïnvloed door massa. Kijk om je heen, je ziet het overal

Het was die tijd dat de dagen lang en
jong waren. Ik kende je uit m’n klas.
Ik kende je niet.

Je droeg altijd vestjes, in crisistijds
bleke tinten door je moeder gebreid:
de verse draad kwam uit een kluwen
gewonden. En dan tikten de naalden.
Insteken, omslaan, doorhalen en af
laten gaan .
Je moeder stak in voor rijen van steken.
Wollige minuten aan elkaar. Dagen op
de punt van een naald. De maanden
gemeerderd. En de gestage jaren van
groeiende omhoog.

Er kwam omslaan. Een tiener.
We glimlachten: een bakvis.
met de trotse pauwensteek getracht,
maar averechts. Armoe. Angst. En
verzet. Kanonnen dreunden de
wanden van je wonen tot scheur.
Rond je stortten vliegtuigen
in de zimpezampezompe polders.
Zoeklichten als gouden breinaalden
steunden de nacht.
Bommen bonkten je uitzicht.
Hoe onschuldig kon je nog zijn?
Almaar beesten om je heen.
Je vestjes nu in oorlogtijds bleek.
Je ging in een hoekje van de schemer
een uniform strelen. Je
snoepte en nam ten geschenke:
je te jonge glimlach werd
op je lippen ontmoet door een
mond die elders als een glasbak
schreeuwde, maar je een taal
fluisterde zacht als van Rilke.
Wellicht wist hij je zo door je
schroom te halen, deed het leger
opnieuw intocht:
temidden van je uitdagingen.

En dan de toch nog ineense
bevrijding: knoppen die openbarstten.
Waar moesten in die lente van
kleuren de mensen nog hun wraak?
Ze zochten klein en vonden:
vonden je. Uit het kluwen
werd de draad verder gewonden.
Smalen zette je terecht,
een kaart op je buik:
MOFFENHOER.
(je moeder huilde – uitgebreid).
Wrok knipte je kaal. Smeerde teer.
Maar moest men je zo af laten gaan?
Wraak mag dusdanig niet de zonde
wreken van de onschuld, de
onwetendheid.
Mag niet wreken voor het
hele verdere leven,
voor het zijn in alle tijd
en eeuwigheid.

Karel N.L. Grazell - Amsterdams stadsdichter uit ZuiderAmstel

Marion van Laar