08-01-09

Tweede Wereldoorlog educatie - bijeenkomst 6 januari 2009

Voor de kerst waren wij afgesloten met de film Shooting Dogs, die bij veel mensen nogal wat indruk had achter gelaten, zo ook bij ondergetekende. Hierna heeft iedereen, naar ik mag aannemen, zich heerlijk vol gegooid met allerlei lekkernijen tijdens kerst en oud & nieuw. Dit was wel even anders in vroegere tijden. Ik moet eerlijk bekennen dat ik daar ook pas bij stil stond toen ik vandaag weer begon aan de minor en in de kou van -10 op de fiets zat. Ik had gelukkig nog kleren genoeg aan en niet een veel te groot/klein “pyjamaatje”. Genoeg hierover, vandaag stonden een aantal onderdelen op het programma. Allereerst kwam er een veteraan van Dutchbat die gelegerd is geweest in Srebrenica ten tijde van de Joegoslavië oorlog in de jaren ’90. Daarna zou een vrouw komen wiens ouders fout waren in de oorlog. Als laatste een korte evaluatie van de minor en wat informatie betreffende onze laatste excursie naar voormalig kamp Buchenwald.

Deel 1: Srebrenica

Meneer Anne Mulder werd door zichzelf voorgesteld als een 39 jarige man die had dienstplichtig was en zodoende in Srebrenica terecht kwam. Hij wilde zelf graag iets nuttigs doen met zijn dienstplicht en had zich dus vrijwillig opgegeven om naar Srebrenica te gaan. Toen meneer Mulder die kant op ging was hij 24 jaar oud, kun je nagaan, dat is onze leeftijd nu en wij weten inmiddels wat daar is misgegaan. Ik dacht meteen dat hem dit moest tekenen voor het leven. Later meer hierover. Meneer Mulder vertelde eerst in chronologische volgorde over zijn eigen geschiedenis. Hij was in september 1994 in dienst gegaan als dienstplichtige en had zijn opleiding tot soldaat afgerond in januari 1995. In februari ging hij naar Srebrenica, om halverwege juli weer terug te keren naar Nederland. Meneer Mulder had vanaf het begin het gevoel dat de UN (VN) niet de baas waren in gebied waar zij dat wel hadden moeten zijn. Zo moesten zij bij elke wachtpost opnieuw gecontroleerd worden, mochten ze geen camera’s en dergelijke meenemen naar de enclave Srebrenica, werden er zelf medische instrumenten verstopt in de bus in de hoop niet ontdekt te worden. Allemaal omdat die regels werden opgelegd door de plaatselijke bevolking. Doordat Srebrenica een enclave was (omsingeld gebied) konden de Bosnische Serviërs doen wat ze wilden met bijvoorbeeld, de gastoevoer, brandstof, maar ook medicijnen, koffie en sigaretten. Deze artikelen en nog vele anderen werden dan ook maar mondjes maat doorgevoerd naar Srebrenica, waardoor er een groot tekort aan alles kwam. Hetgeen een goeie zwarte handel op gang bracht, want waar schaarste is zijn de prijzen hoog.

De eerste maanden van het verblijf (februari tot juni) was alles minimize en saai. De soldaten moesten bijvoorbeeld koud douchen, om brandstof uit te sparen voor de legertrucks. Alles was op rantsoen, maar zij hadden het nog beter dan de bevolking in de enclave zelf. Op 6 juli gebeurde het eigenlijk onvermijdelijke, de enclave werd aangevallen en feitelijk overrompeld. Luchtsteun was beloofd en werd gevraagd, maar is nooit gekomen. Op 11 juli al was in de middag de enclave gevallen en daar konden en mochten de blauwhelmen (UN vredesmissie) niets aan doen. Inmiddels hadden zij wel hun groene helm opgezet, wat zoveel betekent als einde vredesmissie het is nu een gevechtsmissie. Echter voor gevechten hadden ze onvoldoende materiaal en de enclave lag in een dal. Hetgeen een grote voorsprong gaf aan de Bosnische Serviërs.

De Bosnische Serviërs hebben uiteindelijk zo’n beetje elke weerbare man gedood die ze tegen kwamen in de enclave en de vrouwen en kinderen werden door de UN geëvacueerd. Op 14 juli was de enclave helemaal verlaten en kwamen Bosnische Serviërs alles leegroven. Op 21 juli zijn de blauwhelmen geëvacueerd naar Zagreb, waarna ze zijn terug gekeerd naar Nederland. Een desillusie en een emotioneel trauma rijker dan 6 maanden ervoor. Van jongen van 24 jaar, naar volwassene van 24,5 jaar getransformeerd. De impact is zeer groot geweest voor veel van de blauwhelmen die daar zaten, vooral de machteloosheid deed meneer Mulder veel. De machteloosheid was weer van zijn gezicht af te lezen.

Na een uur en een beetje was het tijd voor het volgende deel van de middag.


Deel 2: Kind van politiek foute ouders

Voor ons zat in de klas een vrouw die geboren was in 1940, net voor de oorlog, die luistert naar de naam Wil Bernhards. Haar beide ouders waren lid van de NSB, daar hadden beide ouders elkaar ook ontmoet en gevonden. Haar ouders waren in 1933 of 1934 al lid geworden van die partij, net zoals veel middenstanders en boeren. Haar ouders hadden dit gedaan omdat zij bang waren voor het rode gevaar, het communisme. Doordat zij en haar ouders en broers en zussen in Amsterdam woonden ten tijde van de oorlog, hebben haar ouders alle mensonterende maatregelen zelf gezien. Wil kon en kan nog altijd niet begrijpen waarom haar ouders toen niet hun lidmaatschap hebben opgezegd. In 1944 zijn haar ouders en veel van haar broers en zussen gevlucht naar Duitsland, want de Amerikanen kwamen eraan. Daar moest haar broer van 14 jaar gelijk in dienst, hij heeft nooit aan het front gevochten, omdat de oorlog toen al voorbij was. Het tekent wel de mentaliteit van de Duitsers op dat moment, iedereen die iets kan doen voor onze “goede” zaak, moet dat ook doen. In 1945 na de oorlog is de vader van Wil overleden aan TBC in Duitsland, daarna is het gezin weer teruggekeerd naar Nederland en werden de kinderen in een tehuis geplaatst, omdat moeder moest werken. Dat tehuis was vanwege het NSB verleden van haar ouders, absoluut geen pretje. De juffrouwen moesten niet veel van haar hebben en de kinderen al helemaal niet. De gehele familie werd en wordt tot lang na de oorlog met de nek aangekeken door de rest van de maatschappij. Gelukkig was iedereen in Nederland heel dapper geweest tijdens de oorlog, dacht ik meteen cynisch. Al moet ik heel eerlijk erbij zeggen dat ik niet weet ik hoe ik zelf zou reageren. Er zit denk ik een hoop frustratie bij de bevolking, maar aan de andere kant, had die frustratie geprobeerd te gebruiken tijdens de oorlog, maar goed dat is heel makkelijk achteraf gepraat. Toen de moeder van Wil in 1978 kwam te overlijden besefte Wil dat zij iets moet doen met haar verleden. Hierna is zij bij diverse praatgroepen gekomen, onder andere van Stichting Combi. Hier zat zij samen met Joden en mensen die terug waren gekomen uit de Jappen kampen. Een rare combinatie op het eerste gezicht, maar toch waren er heel veel raakvlakken bleek al snel. Dat zij uiteindelijk zo voor het verleden van haar ouders is uitgekomen is haar in eerste instantie niet in dank afgenomen door haar broers en zussen, want daar moest je het niet over hebben. En nog altijd merk je dat mensen eigenlijk niets van die oud-NSB’ers of kinderen van oud-NSB’ers moeten hebben. Het is denk ik één van de grootste taboes rond de Tweede Wereldoorlog, net zoals onze heldhaftigheden, en onze perfecte opvang van de teruggekeerde Joden uit de kampen.

Ik ben erg blij dat mensen als Wil er wel voor uitkomen, want wat kunnen zeker die kinderen er aan doen dat hun ouders lid waren van de NSB. De kinderen hadden er nooit voor kunnen zorgen dat hun ouders het lidmaatschap hadden opgezegd. Door de gedachtegang van veel mensen zijn daders en kinderen van daders echter ook slachtoffer. Wil had naar mijn mening als rode draad dat zij vond dat, wanneer iemand zijn of haar straf had uitgezeten voor de gepleegde daden, zij gewoon door moeten kunnen gaan met hun leven. Aan de ene kant ben ik het hier mee eens, aan de andere kant ook niet. Helaas weet ik dat er veel mensen die hun straf hebben uitgezeten, binnen 5 jaar weer in de fout gaan. Dat is toch een statistiek die niet in het voordeel is van gedetineerden. Toch vind ik wel dat je altijd het voordeel van de twijfel moet geven en ze de kans moet geven terug te keren in de maatschappij. Het één hangt samen met het ander, als ex-gedetineerden geen kans krijgen, moeten ze wel terug grijpen op hun oude gedrag om te overleven en zo is de cirkel rond.

Al met al twee zeer nuttige en interessante gastsprekers met ieder hun eigen persoonlijke verhaal. De groep Dutchbatters zijn compleet verguisd in Nederland en zo ook de kinderen van foute ouders.

Nog één excursie en twee dagen vol presentaties en dan zit helaas deze ongelofelijk interessante minor er op.

Ik besluit met de uitspraak:”Zwart-wit denken is een handicap in een kleurrijke wereld”

Remco


Gastsprekers – 6 januari 2009

De minor heeft me tot nu toe steeds weer geprikkeld en geboeid, maar voor de kerstvakantie zat ik eerlijk gezegd toch even in een dip. Voor mijn gevoel was het al bijna afgelopen en ik dacht dat ik de meeste indrukken nu wel gehad had. Het werd wat lastig om mezelf te motiveren (daar ben ik nooit zo goed in geweest) en toen ik in de kerstvakantie ziek werd heb ik even een echte pauze gehouden en helemaal niets gedaan. En eigenlijk is dit heel goed geweest, want hierdoor begon ik na de vakantie weer vol frisse moed (wel met veel koffie, want vroeg opstaan verleer je heel snel in de vakantie, dus daar had ik nog wat moeite mee).

Maar goed, to the point nu… Twee gastsprekers en informatie over Buchenwald stond op het programma deze middag.

De eerste gastspreker was een ex-militair die over zijn ervaringen in Srebrenica vertelde. Toen deze oorlog zich afspeelde zat ik op de middelbare school. Ik ging destijds wel eens op bezoek in een Asielzoekerscentrum en wat me dan altijd opviel was dat daar alle soorten Joegoslaven door elkaar heen zaten. Ik wist ook nooit zo goed of iemand nou ‘goed’ of ‘fout’ was, want eerlijk gezegd haalde ik alle groepen door elkaar. Serven, Kroaten, Bosniërs, Kroatische Bosniërs, Bosnische Serven, Servische moslims, ga zo maar door. Er staan er vast een paar tussen die niet echt bestaan, want op den duur zag ik door de bomen het bos niet meer.

Ik heb ooit vaag iets meegekregen over Dutchbat, het interesseerde me toen niet zo. Ik kon niet zo goed bevatten wat een vredesmissie eigenlijk inhield.

Nu begrijp ik het allemaal een stuk beter, want wat spreekt meer aan dan het verhaal van een ooggetuige? En dan nog wel een die hoort bij de groep waar we als burgers zo weinig van begrepen destijds. De soldaten die niet ingrepen….

Wat doe je als soldaat als je merkt dat het vredesleger waar je toe behoort helemaal niet de macht heeft die je had verwacht? Als je in een gebied zit waar je eigenlijk als een schietschijf functioneert: midden in een dal in het opvallendste gebouw? Als je, door je functie als communicatief medewerker, meer informatie aan je voorbij hoort en ziet komen dan goed voor je is? Als je al maandenlang koud moet douchen en geen internet en tv hebt? Als je gewoon moet doen wat je wordt opgedragen en je hebt zelf geen recht van spreken? Als je niet mag schieten (behalve misschien op honden, denkend aan ‘Shooting Dogs’) en daardoor de bevolking niet de bescherming kan bieden die nodig is? Als je zelf de lijst met namen van 241 gezonde mannen naar Nederland hebt gefaxt en je hoort later dat ze desondanks toch vermoord zijn?

Wat doe je dan als je weer weg bent uit dit gebied? Natuurlijk drink je dan een biertje om te ontladen, je voelt je zo nodig nog machtelozer achteraf, je praat met je maten, je gaat naar het proces van een oorlogsmisdadiger, je gaat de politiek in, je geeft lezingen aan kinderen en studenten, je schiet vol als het je even te veel wordt… het is niet te beschrijven wat het met je doet...

Ik vond het heel dapper dat Anne zijn verhaal heeft gedaan en ook op ál onze vragen antwoord gaf. Ik weet nu nog steeds niet hoe het is om in zo’n situatie te zijn, zoiets mee te maken. Maar ik heb nu wel meer begrip voor wat er is gebeurt. Ik zie nu weer de mensen in het verhaal en ik bedenk mezelf: Wat had ik gedaan? Waarschijnlijk hetzelfde…. namelijk niets! Soms kun je alleen hopen en eventueel bidden dat het een keer stopt allemaal.

Aanvulling gastsprekers 6 januari

Ik was zo opgegaan in het verhaal van Anne, dat ik helemaal vergeten ben nog verder te vertellen. Natuurlijk ging die middag nog langer door en we kregen het verhaal te horen van een ‘kind van foute ouders’. Uit dit verhaal wordt pijnlijk duidelijk dat er geen goed-kwaad scheiding is, maar dat dit een groot grijs gebied is. Want is het menselijk om kinderen van nauwelijks vijf te behandelen als uitschot? Door volwassenen? Ik vind het echt heel knap dat ze haar verhaal doet en ze verteld dan ook met veel overgave over haar gevoelens van na de oorlog. Haar grote vraag: "waarom bleven mijn ouders lid van de NSB, terwijl ze wisten dat het niet meer zo ging als eerst?" overheerste lange tijd haar leven. Het maakte haar boos op haar moeder, waar ze ook zo veel van hield. Een heel dubbel gevoel lijkt me, en we kunnen niet anders dan luisteren naar haar verhaal, het in ons opnemen en er een wijze les uithalen: ook ‘foute’ mensen waren mensen en de kinderen van die mensen kunnen er echt helemaal niets aan doen!

Marian