14-01-09

Buchenwald – 12 en 13 januari


Uiteraard op een onmogelijk tijdstip vertrekken we naar Weimar, Duitsland. Natuurlijk mag ik niet klagen, want ik werd opgepikt langs de snelweg, zodat ik wat langer in mijn bed kon liggen dan de rest. Een lange rit voor de boeg, maar we zien er niet tegenop… de sfeer is goed, we zijn met een kleine afvaardiging, deelname was immers vrijwillig.

Eenmaal in het hotel hebben we een kwartier om naar de hotelkamer te gaan. Ik zit alleen op een kamer en deze bevindt zich helemaal aan het einde van de gang. Zo snel mogelijk fris ik me even op en ga ik weer naar beneden. Ik vind het verdacht stil op de gang en ook beneden bij de receptie is niemand te bekennen. Was ik te snel? Lijkt me niet, ik ben ruim 10 minuten boven geweest… opeens dringt tot me door dat de groep al weg is! Nou, iedereen die mee was weet hoe het is gegaan en weet ook dat ik er nu hartelijk om kan lachen. Nog bedankt allemaal voor het betalen van de taxi! Verder ga ik er maar niet meer over doorzagen, want eenmaal bij de gedenkteken val ik helemaal stil en is alles weer goed. Wat een prachtig uitzicht, wat een vredige plek. Dit is tot nu toe de mooiste plek die ik heb gezien om te gedenken. De symboliek wordt later duidelijk: de heuvel af, richting de hel, waar de massagraven zich bevinden. Dan weer omhoog richting hemel, richting bevrijding en overwinning. De sneeuw, de ondergaande zon, het prachtige uitzicht: het is inderdaad een klein stukje hemel op aarde…

Nog even naar het kamp, indrukken opdoen. De klok bij de toegangspoort staat stil, waarom? En dan de woorden in de toegangsdeur: Jedem das Seine (je komt toe wat je verdient) Bij binnenkomst in spiegelbeeld, waarom? Zo zitten we boordevol vragen aan het einde van deze dag en we gaan terug naar het hotel.

Na een avond van heerlijk avondeten (alles smaakt tenslotte goed als je een concentratiekamp bezoekt, je durft toch niet echt te klagen als je net de verhalen over verhongering hebt gehoord) gezellige spelletjes, leuke gesprekken en gratis internet gaat iedereen lekker slapen en de volgende dag gaan we om 10.00 uur weer op pad en deze keer zit ik gelukkig wel in de bus. Ik hoef niet bang te zijn dat ik deze dag vergeten wordt, want iedereen bewaakt me als een pitbull.

De gids is de jonge, vriendelijke Suzanne(?) en we beginnen binnen in een lokaaltje met een spel. We krijgen allerlei foto’s en tekeningen te zien en moeten er hier een uitkiezen. Vervolgens verteld iedereen iets over zichzelf en over de afbeelding. De vraag is: wat zegt deze foto jou over Buchenwald? Ik kies een tekening van mannen die langs het prikkeldraad lopen, elkaar ondersteunend en iemand dragend op een draagbaar. Duidelijk is dat ze terugkomen van een dag hard werken. Voor mij wordt duidelijk: deze mannen steunen elkaar, ondanks alle ellende. Ze hebben elkaar nodig om te overleven…

Daarna krijgen we een film te zien en eerlijk gezegd was dit wel wat pittig… wat lengte betreft dan. Ik kreeg de indruk dat ik niet de enige was die moeite had de ogen open te houden, maar eenmaal over dat punt heen, vond ik het wel erg interessant. Vooral één van de mannen die zijn verhaal vertelde maakte indruk op me. Hij was zo fel en vertelde zodanig dat je het gevoel had eventjes echt mee te kijken in het kamp.

Hierna kregen we even de gelegenheid om wat te eten en te genieten van het heerlijke winterweer. Na de lunch moesten we verzamelen rondom een maquette en kregen we uitgebreide uitleg over het kamp. Ik vond het erg interessant om te zien dat het kamp op de Noordkant van de berg lag en het SS-kamp op de Zuidhelling. Met mijn aardrijkskunde achtergrond zie ik voor me hoe het koud en vochtig geweest moet zijn op die Noordhelling. Het verbaasde me dan ook niet dat het water met alle ziektekiemen de helling afzakte richting het dorp. Weer een bewijs dat men wel degelijk wist dat er iets niet in de haak was. Vele voorbeelden hiervan zouden nog volgen.

Eindelijk gaan we naar buiten, en we bezoeken de gevangenis in de toegangspoort. Heftig om te zien hoe klein deze hokjes waren en de rode voetafdrukken maken indruk: 24 uur blijven staan en niet bewegen… dit moet afschuwelijk geweest zijn. Het uitzicht aan het einde van de gang is beangstigend: de betonnen palen met prikkeldraad nog in oude staat. Ook de wachttoren is nog te zien en dit geeft een troosteloze blik. Maar met de speling van het zonlicht in de sneeuw, het lijnenspel van tralies en prikkeldraad maakt het fascinerend om naar te kijken.

We gaan door de poort en krijgen uitleg over de klok in de poort, deze staat stil op het tijdstip dat de Amerikanen het kamp bereikten. Ook de woorden in het hek en de symboliek hiervan wordt aan ons uitgelegd. Ik kan me zo voorstellen dat je de eerste keer dat je die deur achter je dicht hoort vallen nog een keer omkijkt naar de vrije wereld. En dan zie je die woorden… die je vervolgens dagelijks zult lezen als je er voorbij komt om de hele dag te werken in de steengroeve of de fabriek. Ieder zijn deel… oftewel: eigen schuld, dikke bult!

We lopen naar een platte herinneringssteen die helemaal vrij is van sneeuw en de omtrek heeft van een obelisk. In het midden zijn de nationaliteiten weergegeven. Opvallend is dat ook de Joden, Sinti en Roma worden weergegeven en ook voor de statelozen is een plekje gereserveerd. De steen is sneeuwvrij omdat deze de temperatuur heeft van een mensenlichaam… een symbool dat op verschillende manieren kan worden geïnterpreteerd.

We vervolgen onze weg naar het crematorium. We komen daarbij langs de plek waar de dierentuin was. Deze was opgericht voor het SS-personeel voor het vermaak. De dieren waren goed doorvoed en een waarschuwing van de commandant aan het personeel deed ons huiveren:

Het SS-personeel ging nogal ruig met de dieren om en ze kregen een officiële waarschuwing dat ze gemeld zouden worden bij de Übercommander vanwege dierenmishandeling… hoe ironisch!

Het crematorium maakt veel indruk op me… ik heb er echt geen woorden voor.

Waar eigenlijk de latrines waren hebben ze nu de ‘paardenstal’ nagebouwd. Een constructie waar de Sovjet-soldaten heen gelokt werden. Hier moesten ze zich één voor één melden bij een arts. Op het moment dat ze bij de meetlat moesten gaan staan om zich te laten opmeten werd er in de wand achter hen een schuif geopend en kregen ze een schot in de nek. Zo zijn ruim 8000 soldaten om het leven gekomen.

Na dit gebouw kunnen we drie musea bezoeken. Eén van de geschiedenis van het kamp, dit zijn de onderste twee verdiepingen van het grote gebouw, één met allemaal zwart-wit foto’s op de bovenste verdieping en één met teken- en schilderkunst van de gevangenen in een kleiner gebouwtje. Die laatste heb ik niet bezocht, maar de eerste twee wel. Mijn indruk is dat het wat somber en onoverzichtelijk overkomt. Hierbij vergeleken is het museum in Bergen Belsen een lichte, frisse tentoonstelling. De fototentoonstelling is wel heel overzichtelijk en duidelijk moderner opgezet. Erg indrukwekkend zijn de foto’s van de bevrijde gevangenen uit het ‘kleine’ kamp…

De lampenkappen van mensenhuid en de ‘schrompelkoppen’ ontbreken in het museum. Bewust weggehaald, want men wil niet meer de sensatiezucht aanwakkeren. Een ander excuus is dat de lampenkappen die in het museum stonden eigenlijk helemaal niet van mensenhuid waren, maar gewoon van dierenhuid. Hier krijgen we een staaltje te zien van hoe de politiek invloed heeft op de geschiedenis en de (her)beleving hiervan. Een zeer interessant discussiepunt, sterker nog, hier zou iemand op kunnen promoveren lijkt me!

Na ons bezoek aan het museum mogen we nog even kijken in de werkplaats. Hier worden de spullen die zijn opgegraven schoongemaakt en geclassificeerd. Zeer interessant en hier mogen we dan ook echt de ‘geschiedenis aanraken’. Ik kan maar niet van de scheerkwasten afblijven. Typerend voor een overwegend mannenkamp. Een intiem voorwerp waarvan ik hoop dat deze van de gevangenen is geweest… in de wetenschap dat ze dan nog iets van zichzelf hadden. Maar ik ben bang van niet… en in dat geval heb ik misschien wel de kwast van zo’n SS-er in mijn handen gehad… Toch ook een mens, een man die zich wilde scheren… gewoon zoals de mannen onder ons dat nu ook doen. Hiermee komt voor mij het stukje menselijkheid in deze hel naar voren…

Ik heb deze reis als zeer interessant en leerzaam ervaren. Met al onze bagage sta je hier weer heel anders dan in Bergen Belsen. Ook de prachtige uitzichten, de sneeuw en het mooie weer spelen hierbij een belangrijke rol. Wat me opvalt is dat de kampen één ding gemeen hebben: de natuur, de stilte, de sereniteit… het is een begraafplaats van pijn, van angst, van honger, van een gruwelijke geschiedenis… en nu is er eindelijk rust en vrijheid…

Ik vond de groep echt heel gezellig en ik weet nu al dat ik een heleboel mensen erg ga missen na deze minor. Gelukkig zien we elkaar nog twee keer en die laatste keer gaan we natuurlijk gezellig afsluiten!

Marian