22-11-08

18 – 20 november 2008 - bezoek aan Bergen–Belsen, Duitsland

Na het tellen van de koppen vertrekken wij dinsdagochtend rond acht uur per bus naar voormalig krijgsgevangenen en concentratiekamp Bergen-Belsen. Het weer past bij de tijd van het jaar, somber en grauw herfstweer. Na een busreis van vijf uur gaan wij eerst naar ons hotel in Celle. Veel tijd om uit te rusten hebben wij niet, het middagprogramma roept. De middag staat in het teken van het bezoeken van het museum en wij maken kennis met onze gids Janine. De komende drie dagen is zij onze gids. Als wij uit de bus stappen horen wij grote knallen. Nee, het is geen onweer. Het zijn de knallen van ontploffende granaten van een in de buurt gelegen militairoefenterrein. Alleen met kerst en oud en nieuw wordt er niet geschoten. Bizar.

Als eerste worden wij door Janine meegenomen naar een grote luchtfoto van het gebied in de hal van het gebouw. Het zwart-witte gedeelte geeft de contouren van het kamp aan. Ook krijgen wij te zien hoe het kamp in 1938 ontstaan is en tot het einde in 1950. Het begon als kazerne en oefenplaats voor de Wehrmacht maar in 1939 werd het in gebruik genomen als POW-Camp tot 1945. Of te wel een krijgsgevangenenkamp voor gevangen genomen Franse en Belgische soldaten. In juli 1941 zaten er ongeveer 21.000 Sovjet soldaten gevangen die er in erbarmelijke omstandigheden leefden. Gewoon in de openlucht zonder enige vorm van voorzieningen. Het was dan ook niet gek dat in februari 1942 ongeveer 18.000 gevangen waren omgekomen, vooral door de gevolgen van tyfus.

tyfus exanthematosus / Synoniem: tyfus petechialis

Vlektyfus; door kleerluizen overgebrachte rickettsiose (ziekten die worden veroorzaakt door parasieten, die kunnen worden overgebracht door vlooien, luizen en teken) met hoge koorts, koude rillingen en een vlekkig, zich over het gehele lichaam verspreidende huiduitslag. De koorts blijft ongeveer 14 dagen hoog, de zieke is meestel bewusteloos en ijlt; in zware gevallen geeft de uitslag aanleiding tot bloedingen; de ziekte is meestal dodelijk

bron: www.dokter.nlBovenkant formulier

Tussen 1943 en 1945 was op een apart gedeelte van Bergen-Belsen het concentratiekamp gevestigd. Ook was er een “sterrenkamp”. Hier zaten joodse gevangen die in aanmerking kwamen voor ruiling tegen Duitse gevangenen. Na de bevrijding in 1945 was het tot 1950 een kamp voor ontheemden.

Daarna gaan wij de expositieruimte in en bezoeken en als eerste naar de Prologue. Hier zien wij beelden van oud gevangenen die in het kamp gestorven zijn, maar ook korte zinnen van mensen die het kamp overleeft hebben. Daarna vervolgen wij de route naar de tentoonstelling over de POW gevangenen. Aan de hand van indexkaarten krijgen de gevangen hun identiteit en individualiteit terug. Ook de binnenkant van het gebouw is van strak beton en geeft een kille indruk. In dit gedeelte is het donker en er is alleen licht van de vitrinekasten. Langzaam lopen wij richting het grote raam aan het eind van het gebouw. Ook de vloer loopt langzaam schuin omhoog. Op mij geeft het een gevoel van naar de vrijheid en het licht te gaan. Vrijheid in de zin van levend het kamp verlaten. Maar ook bij het moment van sterven is er vrijheid, niet meer lijden, vrij naar daar waar je in gelooft.
In vitrines in de vloer zijn opgegraven spullen als bekers, lepels en dergelijke tentoongesteld. Bij het raam aangekomen gaat de tentoonstelling verder met de tijd dat Bergen-Belsen concentratiekamp was. In zes thema’s verdeeld gaat de geschiedenis van het kamp verder. Van uitwisselkamp, mannen en vrouwenkamp, verzamelkamp, kamp van de dood naar de bevrijding van het kamp. Van de vrijheid van het licht worden wij langzaam weer de kilte ingetrokken.
Na de bevrijding is er een filmruimte die door een zwart gordijn wordt afgesloten. Hier worden filmpjes van één minuut getoond. Het zijn stukken van de originele film zoals door de Amerikanen bij de bevrijding gemaakt zijn.

De trap op komen wij bij de tentoonstelling over de periode 1945-1950 toen het kamp een kamp voor ontheemden was. Mensen die stateloos zijn of nog niet naar hun land terug kunnen. Veel joden willen naar Palestina, maar de Engelsen voelen hier niet veel voor. Via de Epilogue verlaten wij de tentoonstellingsruimte en gaan naar het oude gebouw om na te praten.

Het museum is sinds vorig jaar in een nieuw gebouw gehuisvest. Het gebouw is strak en uit grijs beton opgetrokken. Janine vraagt wat wij er van vinden. De meeste van ons vinden dat er vanuit didactisch oogpunt weinig rekening gehouden is. Ook is het gebouw niet echt geschikt om met groepen te bezoeken. Door het beton galmt het geluid door de ruimte. Als je met meerdere groepen door de ruimte loopt is het een chaos van geluid. Voor het ontwerp van het gebouw en de tentoonstelling waren wedstrijden opgezet, met dit gebouw en inrichting als resultaat. Er is geen rekening gehouden met de didactische begrippen, laat staan dat er iemand met didactisch inzicht erbij betrokken was.

Het is donker en wij stappen in de bus en gaan naar het hotel.

Na een gezellige avond en een goed ontbijt brengt Mees ons weer naar het herinneringscentrum Bergen-Belsen. Als wij uit de bus stappen zijn de knallen er weer. De bewoners schijnen er aan gewend te zijn. Vandaag staan een bezoek aan het buitenterrein en het werken aan opdrachten op het programma.
Er staat een snijdende wind, gelukkig is het droog. Via een gang met dezelfde hoge kille betonnen wanden als binnen lopen wij naar buiten. Je voelt je klein. Voor een groep scholieren kan het een uitnodiging zijn om verschillende klanken uit te stoten. Aan het eind van de gang staan wij naast het raam van de tentoonstellingsruimte. Dit gedeelte van de tentoonstellingsruimte zweeft boven de grond. Waarom is dat zo? Reden is dat dit gedeelte boven het kampterrein ligt en het gehele kampterrein heeft de bestemming begraafplaats gekregen. Volgens joodse traditie mag er niet in de grond van een begraafplaats gegraven worden. Daarom zweeft het gebouw gedeeltelijk boven de grond. Ook de nieuwe weg van betonplaten is om deze reden zonder fundering aangelegd.

Als eerste komen wij bij een massagraf van 1000 doden, het is een heuvel met daarvoor een gedenkteken. Daarna vervolgen wij onze weg naar de ingang waar de gevangen na zes kilometer vanaf het treinstation gelopen te hebben binnen kwamen. Janine leest uit een dagboek van een overlevende een stuk voor. Bij andere punten doet zij dat ook of vraagt een van ons om een stuk in het Nederlands te doen. Dit draagt bij aan het beleven van de plaats. Na de ingang moesten de gevangenen naar de ‘Entlausung’. Zij moesten zich geheel uitkleden terwijl zijn douchten werden hun kleren onder stoom gereinigd. Wat is er nog te zien? Net een overblijfsel van een ruïne van de Romeinen. Op de vraag waarom er een tent over staat kan Janine niet duidelijk antwoorden. Conserveren om te restaureren? Hier komt naar voren wat verder terug blijft komen; Wat willen ze nu met het buitenterrein doen? Is er een visie?

Wij lopen verder langs de resten van de groentekelder en het bluswaterbassin naar de resten van een barak. Tijdens jongerenkampen hebben jongeren delen van de fundering opgegraven. Waarom? Ook hier ontbreekt de visie. Wat nog onbegrijpelijker is dat deze jongeren op eigen initiatief op originele stenen van de barakken de namen, nummers en andere gegevens hebben gegraveerd. Waarom? Onbegrijpelijk!

Wij vervolgen de wandeling door het gedeelte waar de krijgsgevangen zaten. Tussen de bomen zijn her en der wat resten van funderingen te zien. Wat verderop staan op drie funderingen palen en latten die de contouren van de barakken weergeven. Bij een barak liggen volgens joodsgebruik kiezelstenen op de fundering. Als wij dit gedeelte verlaten komen bij de grote open vlakte aan. Hier zijn enkele individuen begraven, maar ook onbekenden met een eigen graf. Iets verderop komen wij bij de plaats waar het crematorium heeft gestaan. Tegen het eind van de oorlog konden door de grote hoeveelheid niet alle doden verbrand worden. De Nazi’s probeerden allerlei andere methodes, maar geen van allen kon de grote stroom doden aan. Zij begonnen de lijken te begraven in ondiepe kuilen, massagraven. Toen de bevrijders het kamp overnamen lagen er letterlijk stapels met lijken. In dit gedeelte zijn de meeste massagraven. Bij het crematorium staat er op de gedenksteen een onbekend aantal doden. Reden? Ze weten niet hoeveel mensen verbrande mensen er in de ashoop lagen. Ook zijn de lijken niet meer geteld omdat ze snel begraven moesten worden vanwege epidemiegevaar. De beelden met de bulldozer komen weer op het netvlies.

Naast het crematorium staat herinneringsmonumenten. De obelisk, de muur met opschriften, de plaquettes en het houten kruis ter gedachtenis aan hen die hier het leven gelaten hebben. Het stiltecentrum is een modern gebouw blank staal en een glazendak. Hier kan iedereen even zijn of haar gedachten laten gaan. Zelf mis ik naast lucht de elementen water, aarde en licht (vuur).

Bij het joodse monument staan wij voor het laatst stil en lees ik een stuk voor. Door dit te doen geeft het aan mij een extra dimensie, een apart gevoel. Hier zien wij ook de monumenten die nabestaanden hier kunnen plaatsen. Anne en Margot Frank hebben hier een herdenkingssteen net als de vader van Fanny Heijmann die ons in een workshop haar herinneringen vertelde.

Als ik vanaf dit punt naar de obelisk kijk zie ik een ruimte waar de onbekenden in de massagraven en de eenlingen samen hun rustplaats hebben gekregen.

Rustplaats, de knallen blijven doorgaan. Toch heerst er een bizar en mysterieus gevoel op en over het terrein. Vogels gehoord, konijnen gezien? Wim en ik niet. Komt niet door de knallen, maar waardoor dan wel?

Onder de indruk en verkleumd door de ijzige wind gaan wij lunchen. De groep is aardig onder de indruk. ’s Middags gaan wij aan de opdrachten werken en kunnen wij onze indrukken verwoorden. Nadenken over hoe je deze plek aan leerlingen kunt vertellen. Rond vijf uur vertrekken wij weer naar het hotel.

Het is begonnen met regenen, voor de komende dagen wordt er sneeuw verwacht. De ochtend besteden wij in aanwezigheid van Janine aan het presenteren van de opdrachten. Het is weer leuk om te zien hoe wij als een hechte en veilige groep samenwerken. De presentaties zijn van zeer goed niveau en vanuit verschillende perspectieven. In de feedback op mijn presentatie krijg ik het compliment dat ik het zo gebracht heb dat het haar geraakt heeft. Nog meer dan de beleving op het buitenterrein. Het compliment heeft mij onbewust ook geraakt.

Ik zie overeenkomsten tussen Bergen-Belsen en kamp Amersfoort. Bij beide ontbreekt de visie op het gebied van didactiek. Een modern gebouw. Onze gidsen brengen met passie de geschiedenis en weten dit realistisch en inlevend over te brengen. Beide hebben de ROOS als hun beeldmerk / symbool. In veel culturen heeft de roos een betekenis.

De roos heeft als betekenis liefde, vreugde, geluk, genegenheid, maar ook kwetsbaarheid. In het eerste geval is de rode roos bij uitstek bedoeld als teken van liefde. In het laatste geval staat een roos met een gebroken steel symbool voor een afgebroken leven, een overlijden.


Walter