01-10-08

30 september 2008 – 1 - excursie Herinneringscentrum Kamp Westerbork

De herfst doet in Nederland haar intrede, de regen komt met bakken naar beneden en iedereen gaat met de auto op pad. De juffrouw van de Tom Tom wijst ons keurig de weg naar Hooghalen. Dit doet mij denken aan de tekst op de site van Tweede Wereldoorlog Educatie:

Zij had een onvoldoende voor aardrijkskunde
die laatste dag.
Maar veertien dagen later
wist ze precies waar Treblinka lag
heel even maar.

Hooghalen, daar ligt het Herinneringscentrum Kamp Westerbork en precies op tijd arriveren wij op de afgesproken tijd. Wim staat ons als goed gastheer al bij de ingang op te wachten. Na een bak koffie worden wij door een medewerkster van het centrum welkom geheten. Vanwege de weersvoorspelling wordt het programma omgezet.

Als eerste gaan wij met de fiets van het museum naar het 2,7 km verderop gelegen kampterrein. De nog steeds vallende regendruppels geven een aparte dimensie aan het bezoek van het kampterrein. Het Kamp is in 1939 gebouwd voor de centrale opvang van uit Duitsland gevluchte joden. De Nederlandse regering moest een plek creëren om deze mensen op te vangen. In eerste instantie leek de Veluwe een zeer geschikte locatie. Maar de ANWB vond dit niet echt een goed plan. De Veluwe was toen al een grote toeristische trekpleister. Paleis het Loo, het buitenverblijf van de Koningin Wilhelmina lag ook nog eens in de buurt dus werd dit geen geschikte locatie gevonden. Waar dan? Ach, in Drenthe woont toch niemand, heeft niemand er last van. Dus werd hier het kamp Westerbork gebouwd.
Buiten het prikkeldraad staat een huis als enige overgebleven herinnering aan het Kamp Westerbork.

De Nazi’s namen op 1 juli 1942 het kamp officieel over als doorgangskamp. Het huis werd in beslag genomen en gebruikt als woning voor kampcommandant Gemmeker.
Wat mij op valt is dat het terrein een serene indruk geeft, het heeft iets vredigs. Een vlakte omringt door bossen en hier en daar een boom. Enkele opgehoogde vlakken stellen de belangrijkste barakken voor. De barakken zijn allemaal gesloopt, de sloop ging zelfs op 4 mei door. Tijd kost tenslotte geld. Niet alle barakken zijn in 1971 bij de sloop verdwenen. Twee barakken zijn nog als schuur en varkensstal in gebruik. Samen met het net aangekochte huis wil het museum de barakken kopen en restaureren zodat deze visueel een bijdrage kunnen leveren. Oorspronkelijk lag het kamp midden op de hei en ontsnappen was zonder hulp onmogelijk. Anders dan in Kamp Amersfoort zijn hier geen mensen vermoord. De kampleiding zorgde voor een perfecte sfeer. In dit kamp was alles goed. Er was genoeg te eten en te drinken. Een school, werkplaatsen en een ziekenhuis met medicijnen die buiten het kamp niet verkrijgbaar waren. Sportfaciliteiten, muziek en een speeltuin voor de kinderen. Dit alles om iedereen maar de hoop te geven dat het in de andere kampen niet zo slecht kon zijn. De meeste mensen verbleven niet langer dan twee weken in Westerbork voordat ze gedeporteerd werden. In deze korte tijd ontbrak het bijna aan niets. Het systeem van valse hoop. Indrukwekkend is het verhaal van een jonge moeder die tijdens het appel van één zeven maanden oude baby beviel. Zij en het kind kregen alle zorg die er maar gegeven kon worden. Kosten nog moeite werden gespaard. Vanuit Groningen kwam een couveuse, er werden twee verpleegsters aangesteld voor de zorg van moeder en kind. Alles om de rust te bewaren en te laten zien dat de Nazi’s al het goede voor hadden met de mensen in het kamp. Echter de werkelijkheid was anders. Moeder knapte op en werd op transport naar Auschwitz gezet om zogenaamd naar een goede dokter te gaan. Waarom bleef zij niet bij haar kind? Omdat zij geen borstvoeding kon geven was zij verder niet nodig. Ook de baby knapte op en kwam op de transportlijst te staan. De twee verpleegsters smeekte de kampcommandant om de baby niet te laten gaan. Maar zijn antwoord was; het kind is in Auschwitz beter af. Daar is tenslotte zijn moeder en er is daar betere medische zorg. Daar aangekomen verging het hem en zijn moeder net als alle andere 102.000 mensen die nooit meer terugkeerden. Ook Anna Frank en haar familie zijn vanuit Westerbork met de trein naar Auschwitz gebracht. Het was de laatste trein die uit Westerbork vertrok.
Ter nagedachtenis aan deze 102.000 maal één mensen is er een groot monument gemaakt. Op de vroegere appèlplaats staat nu het monument De 102.000 stenen. Één steen voor iedere vermoorde man, vrouw en kind. Op de stenen staat een vlam voor iedere omgekomen Sinti en Roma, de Davidsster voor iedere omgekomen jood en zonder teken voor iedere andere persoon. Over het terrein verspreid staan nog meer monumenten die vooral door particulier initiatief geplaatst zijn. De bekendste is van oud-kampgevangene Ralph Prins. De volgende tekst van de website van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork geeft de gedachte van het monument als volgt weer:
De rails in het monument hebben een lengte van negentig meter, voor een monument heel lang. Aan het eind daarvan heeft Prins met zo weinig mogelijk werk geprobeerd te laten zien dat er iets verschrikkelijks is gebeurd en de vraag wordt opgeroepen: "Wat is hier gebeurd?". De omhoog gekrulde rails drukken de wanhoop uit. Aan het eind zijn ze bewerkt alsof er op geschoten is. De bielzen laten de vernietiging zien. Hoe dichter bij het eind, hoe meer ze versplinterd zijn. In totaal zijn er 97 bielzen. Aan 93 ervan is de rails vastgeklonken: ze refereren aan het aantal transporten vanuit kamp Westerbork. De overige vier vertrokken van elders in Nederland naar Oost-Europa. De muur van Drentse zwerfkeien -half cirkelvormig, iets naar voren hellend en hoger dan een man lang is- lijkt van een afstand op een stapel schedels. Deze muur sluit het monument als het ware voor het oog af. Daarvoor het stootblok, even voor de plaats waar ook in de oorlog de spoorlijn van Hooghalen naar het kamp haar eindpunt vond. Het authentieke houten stootblok dat nu nog steeds achter de muur ligt, heeft Ralph Prins bewust niet willen gebruiken. Dat geldt overigens voor alle materialen van het monument: niets is afkomstig uit het kamp zelf, ook de rails niet.

Na de bevrijding van het kamp op 12 april 1945 heeft het kamp tot 1948 dienst gedaan als interneringskamp. Van 1948 tot 1950 waren er militairen gelegerd. In juli 1950 werd het kamp onder de naam 'De Schattenberg' voor korte tijd een opvangkamp voor gerepatrieerde uit het voormalig Nederlands-Indië. Daarna kwamen op 22 maart 1952 de eerste ex-KNIL-militairen van Molukse afkomst met hun gezinnen in het kamp aan. Deze groep bleef tot 1971 op het kamp wonen en zijn daarmee degene die hier het langst verbleven.

Terug in het museum bekijken wij verkleumt beeldmateriaal dat in opdracht van kampcommandant Gemmeker gemaakt is. De film is gemaakt om aan het opperbevel van de Nazi’s in Duitsland te laten zien dat er in de werkplaatsen van het kamp nuttig werk werd verricht voor de oorlogsmachine. Hiermee voorkwam Gemmeker de sluiting van Kamp Westerbork. Volgens latere verklaringen heeft hij de film gemaakt voor de geschiedschrijving. Hierin heeft hij gelijk gekregen, het zijn de enige beelden ter wereld waarin te zien is hoe mensen per trein gedeporteerd werden. Vooral het zigeunermeisje met hoofddoek die met een vertwijfelde blik tussen de schuifdeuren van de veewagon naar buiten kijkt is zeer bekend. Er zijn genoeg redenen om aan de verklaring van Gemmeker te twijfelen. De meest logische verklaring is dat de slimme en ijdele Gemmeker hiermee voorkwam dat hij naar het oostfront moest.
Als “toetje” kijken een aantal van ons nog naar een interview met de mevrouw Leverpoll die vorig jaar met de groep naar Bergen-Belsen meegegaan is.
Ter afsluiting lopen wij door het museum, bekijken en beluisteren de verhalen over het Kamp Westerbork en het instituut voor zwakzinnige joodse kinderen “Het Apeldoornsche Bosch”.

Nu in spanning afwachten wie wij in de opdracht “WesterborkPortretten” gaan onderzoeken.

Walter